Het tooneel

723 0
26 januari 1918
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 26 Januari. Het tooneel. Geraadpleegd op 24 augustus 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/q52f76788w/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Het Tooneel 3e Jaargang N' 20 - 26 Januari 1918 Beheer en Redactie : Kerkstraat, 13, Antwerpen 15 Centiem HEER HUBERT MELIS, schrijver van «Koning Hagen». Kon. Ned. Schouwburg "John Gabriel Borkman " Met veel belangstelling, wij mogen zelfs zeg-gen met angstige spanmng, werd de eerste opvoering verwacht van het voorlaatste werk var den grooten Nocr. Niet dat wij persoonlijk vrees hadden voor hel al dan met gelukken, want een gezelschap dal «Spoken» aandurft en dit meesterwerk voor hel veetlicht wist te brengen zooals dat gedaan werc de or onze artisten, moest niet achteruit deinzer voor een ander magistraal gewrocht van Ibsen... Maar toch, een creatie brengt altijd een zekere opwmdmg met zich mode, een niet te looehenen z^nuwachtigheid, waaraan spelers m de allereer-ste plaats, maar toch ook cntiek en kunstvrien-den zich met onttrekken kunnen. Wij zeggen creatie, maar waarheidshalve zul-len wij er bijvoegen dat het werk van Ibsen hiei den 5en Mei 189/, voor de eersce maal werd op-gevoeid, op uitnoodigmg van den Zuid - Neder-landschen Tooneelbond door de «Vereenigde Rot-terdamsche Tooneelisten», met de onvergetelijke Catnarma Beersmans m de roi van «Ella». Over ibsen en zijn werk uitweiden m een paai kolommen îs onmogelijk, dat is zelfs niet doen-lijk voor het o^evoerde drama. \Vij moeten ons nu tôt het uiterste minimum bepalen. Over der giooiste der moderne dramaturgen, wiens invloec zoo kapitaal is geweest, die zich immer nog doet gelden; is reeds veel geschreven en geredetwist en er zuilen over hem en zijn werk nog veel bij-dragen het licht zien. Wat zou hij wel gedacht heboen, hij de pessimist, over dezen oorlog. moest hij nog in 't leven zijn ï s de groote nieuwlichter geweest,de schep-per van een nieuwen vorm voor nieuwe moderne denkbeeiden. En toen, in de meeste van zijn drainas vmden wij de drie klassieke eenheden der ouden terug: tijd, plaats en handeling. ±dij heeft aî'gebroken met. aile tooneel-conventie en ailes wat strijdig is met de werkelijkheid. Geen alleen-spraKen, geen apartés of terzijde's, geen dialo-gen waann aan elkander dingen verteld worden die al lang gekend zijn en die dienen om het pu-bneic op cie noogte te stellen van intrigue of ka-raKteis. Ailes verloopt natuurlijk, als bij toeval. In de meeste dramas heeft de handeling het hoog-tepunt b^reikt bij het begm en is de ontknoopmg al nabij. Geen woord heeit Ibsen neergeschreven of het neeît zijn beteekenis. Niets is- te veel, — maar er is ook mets te wemig. Al wat gezegd wordt, moesc gezegd worden. li. Jt£. Chrispijr. m zijn werk «De Regisseur», zegt terecht van hem: «in een bedriegenjk ver-bergen van het eigenlijk doel, ligt de grootste kiacnt en de oorspronkelijkheid van Ibsen... Zoo en met anders mag ibsen worden vertoikt. «Om een voorbeeld te geven: bij het instudee-ren en repeteeren van ibsen's dramas heb ik ge-noten; met bij de opvoermgen, maar bij de repenties. net tooneel slecht verlicht, de zaal don-, ker, geen publiek, de artisten die 's avonds an-dere stukken te spelen hadden, markeerden siechts (.spreken met halve stem), om stem en kiachten te sparen, maar mij scheen het: als stroomde nun heele ziel door die zacht uitgespro-ken woorden- • • «Ik voelde, als het ware, den geest van Ibsen's werk, in zielespraak met de mijne; ik voelde de overweldigende tragedie op mij aankomen, met omveerstaanbaar geweld; het was meer dan toe-hooren en begrijpen en minder, dan lichamelijk ' zien. Die aandoeningen zal ik nooit vergeten. En hoe teleurgesteld was ik bij de uitvoeringen... het publiek, die magneet, die bijna elk tooneel-speler tôt zich trekt, was oorzaak dat m en niet lcefde met Ibsen, maar den dichter offerde aan het publiek. Het gevolg was: dat het publiek niet offerde aan ibsen, omdat de vertolkers niet eer-lijk hadden gegeven wat zij den dichter ver-schuldird waren. «Alleen het succès had hun die parten gespeeld. De _.oen - dramas werden, hoewel goed begre-pen en goed ingestudeerd, na eenige opvoeringen, onherkenbaar.» Aan de «Inleiding» van Dr W. G. C. Bijvanck, de Dramatische werken van Ibsen, uitgegeven i (ioor Meulenhoff en Cie, ontleenen wij o. m. : • Wat hem in waarheid onderscheidt van zijn om-geving, dat zijn toch niet alleen zijn gebreken, maar dat is in de eerste plaats zijn grootheid. Hij steekt een hoofdlengte bcTven de anderen uit, ^.oor zijn behoefte en zijn vermogen om in ieder fragment van het leven een geheel van het leven | te zien. De groote Hervorming van het begin der 19e eeuw laat nog bij hem haar invloed gelden, — in hem werkt een stemming door van de groote revolutie. «.L/aarom is hij in onze hoogst moderne wereld, iemand van het verleden; en Ibsen's werk ook trekt zich op 't eind terug uit de werkelijkheid van de wereld. «Hij gelijkt op John Gabriel Borkman dien hij heeft geschapen, den groot - ondernemer, den man met de grootsche plannen van mijnbouwbe-drijf en ontwikkeling van welvaart. Borkman heeft de schatten van den grond uit hun gebon-denheid willen losmaken, en de menschen hebben hem hun vertrovwen gegeven; maar hij is ge-struikeld over een hinderpaal, een hinderlaag", hij heeft zijn eerzucht geboet met opsluiting in de gevangeniâ, daaina met opsluiting in het leven. Zijn eeuwige vrijheid, — de illusie over de toe-komst; zijn eenig vertoon van trots, — de pose van gewaande grootheid. «De dichter heeft als zijn koopman,in de diepte willen graven; hij wilde den rijkdom, gehouwen uit den mijngang van het hart, voor zijn volk ontplooien, dat een stroom van energie zou uit-gaan over zijn Noorwegen, en hij moest onder-doen voor zooveel kleine verhoudingen in de wereld, — hij moest zijn nederlaag erkennen te-genover de kleinheid van zijn eigen geest, die de irmigste eigenste kern en kracht van het leven niet- machtig en teeder vermocht te grijpen.» Zooals Dr Bijvanck zegt: het is alsof Ibsen, de pessimist de determinist, d. w. z. de aanhan-, ger van de leer volgens welke onze wilsbepalin-gen en handelingen geheel door voorafgaandelij-ke omstandigheden bepaald worden en dus de vrijheid van den wil ontkent, op 't einde van zijn leven terugblikt en zich ook afvraagt: tôt wat ailes heeft het nu geleid? Borkman, de idealist of liever nog: de ma-niak, hij ook hoopt tôt het einde toe totdat hij gevoelt dat ailes ineenzakt en na het laatste hoo-ger geestgenot en zinsbedrog van een visioen, te-rugzinkt in het niet. John Gabriel Borkman lijdt aan hoogheids -waanzin: hij wil de schatten aan de aarde ont-wringen, hij wil die schatten over heel de wereld verspreiden met behulp van reusachtige stoom-vaartlijnen en aldus^ welvaart en weelde doen ontstaan. Maar als hij verraden wordt door zijn vriend die hij betrouwd had en aan wie hij zijne hooge positie van bankdirecteur verschuldigd was, maar die uit minnenijd hem in het verderf ■stortte,t dan zal hij na zijn bevrijding uit de ge-vangenis, nog acht jaren dag aan dag wachten op zijn kamer, in zwarte rok en witte das, op de afgevaardigden van de bank die hem — daarvan is hij overtuigd — zuilen komen smeeken zich vveder aan hun hoofd testellen. Telkenmale er op zijn deur wordt geklopt, gaat hij in eene voor-name, gewichtige pose aan zijn lessenaar staan alvorens «binnen!» te roepen, om dan weer op en neer te loopen als een zieke wolf in zijn kooi, zooals zijn vrouw beneden aan haar zuster zegt. De eenige die hem trouw gebleven is, het am-tenaartje Foldal, niettegenstaande hij ook van zijn fortuintja beroofd werd door de krach Borkman, is al even maniak: jaren lang al loopt hij rond met een treurspel, waaraan hij af en toe wijzigingen maakt om ze voor te lezen aan Borkman. Zij troosten elkander. Aan Foldal zegt Borkman : «Ik voel me als een Napoléon, die in zijn eersten veldslag lam geschoten is». Zij blij-ven vrienden tôt zoo lang zij vertrouwen in elkander stellen. Maar dan komt de breuk, omdat Borkman twijfelt aan het talent van Foldal en de-ze van zijnen kant niet gelooft aan het eer- en machtsherstel van den gewezen bankdirecteur, — vroeger als een koning gehuldigd en ook siechts met de voornamen genoemd: John Gabriel. Zij hebben elkander niets meer te zeggen. De vrouw van Borkman is behept met eene an-dere manie: zij is overtuigd dat haar zoon Erhart de eer van de familie zal redden. Zij zegt het aan haar zuster Ella: «Satisfactie voor het verlies van onzen naam, onze eer en ons fortuin! Satisfactie voor mijn heel verwoeste leven! Dat meen ik er mee! Ik heb namelijk iemand achter de hand... Iemand die ailes weer reinigen moet, wat de directeur van de bank bezoedeld heeft.» ELLA. — Gunhild! Gunhild! MEVR. BORKMAN, met verheffing van stem. — Er leeft een wreker! Iemand die weer goed maken zal, ailes, ailes wat zijn vader tegen mij misdreven heeft! ELLA. — Erhart dus. MEVR. BORKMAN. — Ja, Erhart... mijn heer-lijke jongen! Hij zal de familie, het huis, den naam weer in eer herstellen. Ailes wat er te her-stellen valt. En misschien nog wel meer... Hoe hij dat zal doen, weet zij niet. Maar zij heeft het onverwoestbaar «idée fixe» dat hij het doen zal. Ella, de zuster van Mevr. Borkman heeft al even zonderlinge gedachten, alhoewel zij toch nog het beste, gezondste oordeel heeft, rechtzin-nig is en teergevoelig. Zij wil haar gansche fortuin aan haar pleeg-kind laten, op voorwaarde dat Erhart den naam Borkman verandere in Rentheim, haar familie-naam, opdat zij na haren dood, in zijn herinne-ring blijve leven! Ella, in het onderhoud met haren vroegeren verliefde en verloofde John Gabriel Borkman na hem bekend te hebben dat zij, als zijn vrouw blijmoedig met' hem schande en ruine zou gedra-gen hebben, roept hem toe : — Je hebt in mij het liefdeleven vermoord! Begrijp je wat dat zeggen wil? In den Bijbel wordt gesproken van een geheimzinnige zonde, waarvoor geen verge-ving is. Ik heb vroeger nooit begrepen wat dat was. Nu begrijp ik het. Die groote, onvergeeflij-ke zonde, ••• aat is de zonde die iemand begaat, als hij het liefdeleven in een mensch vermoordt. BORKMAN. — En dat zou ik gedaan hebben, zeg je? ELLA. — Dat hèb je gedaan... Ik heb nooit recht geweten wat er eigenlijk met mij gebeurd was, voor nu van avond. Dat je mij ontrouw werdt en Gunhild het hof maakte... dat nam ik eenvoudig op als een alledaagsche onstandvastig-heid van jouw kant. En als een gevolg van haar hartelooze koketterie. En ik geloof haast dat ik een beetje minachting voor je voelde, ... ondanks ailes... Maar nu zie ik het! Je ontrouw aan de vrouw die je lief hadt ! Mij, mij, mij! Je was bereid wat je liefste was op de wereld te verhandelen, om je voordeel... Dat is dubbele moord waaraan je schuldig bent! De moord be-gaan aan je eigen ziel en aan de mijne! Mevr. Borkman, haar zuster Ella en ook wel John Gabriel Borkman zelf, die hun hoop geves-tigd hebben op de toekomst van Erhart, de zoon doet clie hoop omtuimelen als een kaartenspel... Hij roept tôt zijn moeder: «Wat kan mij de toekomst schelen! Ik wil noch voor- noch achter- j waarts zien! Ik wil alleen maar, ook eens het leven volop genieten!» En dat genot zal hij vinden bij Mevr. Wilton, met wie hij naai het buitenland trekt in gezelschap nog van de pianojuffrouw^ cle dochter van Foldal. Waar Mevr. Borkman aan Mevr. Wilton, die zeven jaar ouder is dan Erhart, verwijt haar den zoon te ontrooven, antwoordt deze schoone «femme de trente ans» : Mevrouw Borkman, er heer-schen machten over een menschenleven, machten die twee menschen gebieden hun leven onafschei-delijk... en zonder omzien te verbinden!» \ltijd het noodlot, het onoverkomelijke, het onvermijdelijke! En als Erhart dan voor goed de baan op is en* geen van de drie ongelukkigen hem nog zal weer-zien, loopt John Gabriel het huis uit: hij wil niet langer de zieke wolf zijn in de enge kooi. Ella ijlt hem achterna, haalt hem in en hoort hoe hij nog in een laatste visioen van grootsche plannen, één oogenblik zijn hoogst, zijn eenigst en zaligst genot doorleeft om dan te gaan sterven op eene ru&tbank in het besneeuwde landschap. Zijn vrouw Gunhild komt toegesneld en over den doode reiken de tweehngzusters elkander de hand der verzoening. ELLA. — Het zal wel eerder de koû zijn die hem doodde. MEVR. BORKMAN, schudt het hoofd. — De koû, zeg je? De koû... die had hem al lang ge-leden gedood. ELLA, knikt tegen haar. — Ja, en ons beiden tôt schimmen gemaakt. MEVR. BORKMAN. — Je hebt gelijk, zoo is het. ELLA, met een droevig lachje. — Een doode en twee schimmen... dat heeft de koû uitgewerkt. MEVR. BORKMAN. — Ja, de koû van het hart... En daarom kunnen wij elkaar nu wel de hand reiken, Ella. ELLA. — Ik geloof ook dat wij het nu wel kunnen doen. MEVR. BORKMAN. — Wij, tweelingzusters... over hem, dien wij beiden hebben liefgehad. ELLA. — Wij twee schimmen... over den doo-den man. (Mevr. Borkman, achter de bank en Ella er voor, reiken elkaar. de hand.) Onder die diepe impressie van het einde, dit zielsroerend slot, verlaat het publiek den schouw-burg.* * * Een zeer talrijk publiek was opgekomen, een publiek vvaartusschen vele kunstzinnigen die geen bezoekers zijn van den schouwburg. Met aanclach-tige, religieuze stilte werd het spel gevolgd van onze artisten en soms was die stilte zelf, wanneer er op het tooneel gezwegen wordt, van aangrij-pende aandoenlijkheid. Onze tooneelspelers hebben ons ontroering gegeven, stil-intens kunstgenot. De vertooning was zeer verzorgd, de rollen waren gekend tôt in de minste bijzonderheden, ailes ging goed van sta-pel, spel en dictie in het vereischte tempo. Men kon het den spelenden aanzien dat zij met de uiterste nauwgezetheid het werk ingestudeerd hadden, al de phasen hadden overwogen en geanaly-seerd en de diepe beteekenis van elken zin, van elk woord gepeild. Het ensemble was goed en de impressie zeer gunstig. Heer Louis Bertrijn in de titelrol heeft eene creatie te meer op zijn schoon en rijk actief... Hij heeft ons verbaasd en wij hebben hem bewon-derd. Zijn spel was van supérieur kunstgehalte de mimiek effektvol en de dictie werkelijk on-berispelijk.Heel zijn physiek, van nature reeds heel ge-lukkig, werd nog indrukwekkender door de zeer geslaagde typeering : het grijze, verward - weel-rterige haar en de fluviale baard, het hooge voor-hoofd, de diepliggende oogen met de zware wenk-brauwen, de dikke onderlip, de breede schouders an de machtige borst, de rechte en toch eenigs-zins gedrongen houding, dit ailes gaf de impressie van den wilskrachtigen, sterken man, den zoon van den mijnwerker, maar toch de pracht-?estalte van hem die durft en waagt. In onze vorige beoordeeling van «Op Hoop van Zegen» deden wij reeds uitkomen: zijn stem, iof en gedempt en toch verstaanbaar, had den dank van den man die jaren opgesloten en af-^ezonderd heeft geleefd. In dit geluid lag iets oijnlijks, trillend en toch gelaten. Maar, waar iij zich gekrenkt gevoelde in zijn eigenliefde of îijn trots, daar kreeg het geluid weer de noodige sterkte, doordringend en autoritair, gebiedend,1 mergiek. Zijn lach, of liever zijn spotlach, klonk sardo-lisch, bijtend - scherp. De houding was naar ge-ang, majestueus, hooghartig of berustend... Zijn visioen in het laatste bedrijf heeft hij meesteriijk roorgedragen, met eigen, breed geluid, verheven ran voordracht en intonatie. Zijn doodskreet gin; loor merg en been! Het succès van den heer Bertrijn was meer dan rewoon applaus, het was een prachtige, welver-liende ovatie. Onmiddellijk na hem moeten wij Mevr. Dilis -'eersmans vermelden... Wat was haar optreden n I grootsch, verheven, koninklijk zelfs... Nooit •ergat zij dat Ella Rentheim van rijke burgerfa-amilie vas. voornaam, zonder aanstellerij of be-ekende koelheid. Wat klonk haar stem vol en melodieus. Zij die let geluk hadden Catharina Beersmans te hooren, worden bij de voordracht van de talentvolle doch-er, aan de schoone klanken - gamma herinnerd. van de nooit te vergeten stem van Nederlands overal zakten en stegen daken, rood, schalieblauw grootste tooneelkunstenares. Haar mimiek met de en grijs. Keken zij even naar beneden dan zager cxpressievolle oogen maakte een geweldigen in- zij kaboutermannekens, keien als dobbelsteener druk, zelfs dan als zij heele momenten het zwij- en trams. Zonder verpinken staarden zij naar hel gen had te bewaren. leven in de diepte terwijl zij hun bouten lieter Zij werd met meerdere bloemstukken gehul- gloeien in het komfoorken. In den hemel zager digd en luid, zeer luid toegejuicht. zij soms een klad duiven na of een vlucht spreeu- Mevr. Noterman heeft zich ook veel moeite ge- wen. De duiven toerden rond en streken neer o^; geven om aan haar moeilijke roi het onmisbare verborgen kijkers, de spreeuwen klisten bijeen ir relief te geven, en wij moeten bekennen dat hare (ien dichten klimopgroei tegen een kloostermuur creatie niet onverdienstelijk was. Haar orgaan Boven de daken rozen de kerktorens met luiendc mist buigzaamheid, melodieuziteit en volheid en klokken en rammelende uren. daardoor werd de stem in III, bij het vertrek van £)e twee loodgieters waren twee vrienden. Zi; den zoon, te scherp en leek de intonatie wel wat waren samen op stiel gekomen, woonden in het- melo - dramatisch... Maar haar spel, soms wat zelfde straatje,deur naast deur.Wanneer een floof geaffecteerd, was wel gelukkig en de expressie spitste de andere zijn lippen. Zij hadden samer heel dikwijls — niet altijd — zeer gepast. Ook Ujt dansen gegaan,waren samen verliefd geraakt zij werd gehuldigd met bloemen en warm toege- 0p twee vriendinnekens en samen naar het stad- juicht. huis getrokken. Zij hadden elkaar niet veel t€ Heer Cauwenberg gaf ons de allerbeste im- zeggen, waren karig met hun woorden op het pressie in de roi van Erhart. Beter kon die roi Werk en behielpen zich met gebaren. Hun tong voorzeker niet gespeeld worden en de vertwijfe- kwam maar los wanneer zij een borrel te veel ling in III, bij zijn vertrek, heeft hij zeer goed hadden gedronken. Zij vertelden dan wat zij da- weergegeven. . gen lang hadden bedacht. Even oud waren zij: Mevf. Bertrijn was een zeer lieve verschijning ^rie - en - veertig. evenals Mej. Bertrijn en Mej. Janssens. Maes was een kleine dikke met uitpuilende, Heer Gorlé als Foldal, had den zeer juisten blauwe oogen en bruine, afhangende snor... Een toon te pakken van den onbenulligen dichter, die witte snijtand piepte achter zijn zware neger- met zoo weinig tevreden is. — Die karikatuur - lippen en een pruimpje bolde langs zijn rechter- mensch had hij zeer goed getypeerd. N. wang. " Meyvis was een schrale jongen met scherpe T ^ jukbeenderen. Zijn bruine oogjes zaten diep m In en wm hun Cassen te gluren en onder zijn stompneus t ^ « | groeiden enkele verloren haarkens. Zijn vaal ge- TNr*h OU whll laat was steeds besmeurd met houtskoolroet. De LIC utllUUVV ULlI^Cll ooren stonden hem ver van het hoofd en trilden KON. NED. SCHOUWBURG. — Zaterdag 2, bij elke gemoedsbeweging Zondag 3 (dag- en avondvertooning), Maandag 4 Zoohaast het laatste plaatje vastgesoldeeid en Donderdag 7 Februari 1918, opvoering van : lag, verzamelden zij hun gei*Jef en ê'Jïi&eh m de «Ghetto», burgerlijk treurspel in 3 bedrijven door goot naast elkaar zitten kijken, met opgetrok- H. Heijermans Jr., — Rolverdeeling : Sachel, hr ken knieën. _ .. ûC P. Janssens. — Rafaël, zijn zoon, hr L. Bertrijn. Meyvis stopte zijn pijpken en rookte, Maes — Esther, zijn zuster, Mevr. Ruysbroeck. — Aa- pruimde en spuwde naar de wagens m de straat. ron, hr B. Ruysbroeck. — Rebecca, Mej. J. Jans- Uit de lucht stoof een dichte motregen, de sens. — Rebbe Haëzer, hr E. Gorlé. — Rose, Mev. wind sloeg de rookNvolken neer over de daken en Noterman. — Een jood, hr A. De Wachter. — een grijze gordijnmist bedolf de stad. Een bewoner der Jodenwijk, heer R. Angenot. — — t Is tijd dat het gedaan is, opperde Maes. Een grijsaard, hr Van de Putte. u 1^CurV1S'v. i a twqûo VERWACHT : «Sonna», Indisch tooneelspel in ~ J? ^ol- zei Mervis 3 bedrijven van Jan Fabricius. _ Seffen^ gaan wij naar den winkel... 't Is TER VOLLEDIGING van het artikel over den Zaterdag... heer B. Ruysbroeck in ons vorig nummer versche- gn ^vijgen wij ons cens, voltooide Meyvis nen: — Een drietal maal beleefde heer Ruys- bedenking. Ruysbroeck hachelijke oogenblikken. Op 3 Octo- Opgewekt begon Maes te fluiten en Meyvis ber 1883, ontsnapte hij tijdens een reis van Lei- floot mee totdat zijn kameraad er genoeg van den naar Rotterdam, aan een spoorwegongeluk, kreeg. dat een dertigtal menschen het leven kostte. — — >'k Ben het beu, zei Maes meewarig. Acht dagen nadien viel bij de stad Vogelenzang ? dergelijke ramp voor, en andermaal kwam hij Ailes!* er zonder eenig letsel van af. Wekelijks speelde qj hij destijds te Lier, onder het bestuur van den Maes spuW(je Q\Q diepte in en Meyvis staarde heer Van Kuyck. Zekeren keer kantelde de char- bek:0mmelxl ^aar de wandelende regenschermen à-bancs om; onze acteur hep zware kwetsuren Qnder hen> Het komfoorken was uitgesist onder aan het achterhoofd op. de druppels, een eenzame duif zat dik in de plui- Heer Ruysbroeck bleef optreden m «Fientje men ^oken op een ijzeren telegraafpaal. Beulemans, wanneer Willem Royaards de mrich- _ ?t Is tijd dat wy 0pkramen besloot Meyvis. ting der tournee op Z1ch nam. In 1880 maakte ffij k Q de piatliggende ladder, opende hij met Mevr. Catharina Beersmans en heeren h(Jt ^akraam en Maes gaf hem het gerief over Rosier Faesçn Jaap en Dirk Haspels deel uit waarmede hij binnen trok. Dan klauterde Maes van het gezelschap dat, onder directie van heeren 0 zijn beurt naar binneni gleurde het ladderken Legras, Van Zuylen en Haspels, te Londen «Ma- * dool. het raamkcn. Zij pakten hun boeltje bij- ne Antoinette», «Vriend Fritz» en «Janus Tulp» eJn Mass droe„ het k0mf00rken en Me>-vis de vertolkte. Ook met den genialen kunstenaar, heer ladder en trokken traagjes door den regen naar Victor Driessens, maakte hij m Holland eene om- ^en wjnkel reis met «Uitgaan» en «Een partij Piquet». De kieve'rige stofregen droop hen van het lijf, HEER ROBERT VAN AERT heeft voorstel- glibberig waren de gereedschappen, zwaar de len van wege het Bestuur van den Beursschouw- petten. Maar zij gingen er geen stap vlugger om, burg van Brussel ontvangen, waar hij, om per- want zij mochten niet te vroeg komen. soonlijke redenen niet kan op ingaan. Juist op tijd stonden zij voor hun patroon, kre- Gisteren, Vrijdag, heeft hij echter, naast heer gen hun weekloon en het beloofde drinkgeld om Paul Scapus, de roi van Koning Alfonso in «De tijdig met het dak te zijn klaar gekomen. «Favoriete» in genoemden schouwburg gezongen. Met hun werkbakje aan een riem over den lin- AAN MEV. REZY VENUS EN MEJ. LIMA kerschouder, wandelden zij naar huis. wordt op Dinsdag 12 Februari a.s. een feestavond — Kom, ik trakteer, zei Meyvis, die zeer be- geboden in Palatinat. Op het programma : «De gaan was met zijn zwartgalligen vriend. Dwaze Gravin». De kachel stond roodgestookt in «De donkere «DE FAMILIE VAN ZON», de nieuwe operet- Wolk». Er lag versch zand op den ^rjestrooid, te van Remy Rasquin,wordt bepaald Zatersdag a. °P,C? witgeschuuide tafels stonden witsteenen s. voor het eerst in Palatinat opgevoerd. stekskenspotten. Meyvis bestelde twee bonels .. . . aan de zwarte waardm die inschonk en weer «MAMZEL NITOl CHE». — De monteeung m voortging met den zaterdagschen kuisch in de den Hippodroom van dit stuk zal eenig- schitte- keuken rend wezen. Als naar gewoonte zorgt Mej. Ka- zy s'topten hur pijpen, lieten de lucifers sol- tieza. voor puike baletten. . De zware zangro. ferblauw m de schemering opvlammen, begoimen wordt in deze operette vervuld door Mej. Jeanne te rooken. Hun vochtige kleederen dampten bii Didier; ook mogen wij ons aan iets puiks ver- h t Welbehagelijk slurpten zij den jene- wachten. V6r_ DAAR DE SCHERMEN voor de revue in het _1 Hm, dat is goed, prevelde Meyvis. Hippodroompaleis nog niet klaar zijn, gaat na _ \ye zuilen er nog een pakken, zei Maes. <,Mamzel Nitouche» een lustig spel m vier be- _ De baas was joviaal... maar we hebben het drijven, door heer Jef De Moor. —- Aanstaande ook een week vroeger klaar gekregen dan h-, week deelen wij het opschrift van het nieuwe verwacht had. stuk mede. — Ze het ons maar eens nadoen! NA DE REVUE worden nog vertoond : eene Zij proefden vier borreltjes. Stil zaten zij. ge- nieuwe bewerking van : «De Dochter van den stopen over de tafel, leunend op de ellebogen... Kruinoot», een parodie op «La Juive», en «Rare Toen de waardin voor de vijfde maal moest in- Marus». Zooals men weet zijn beide stukken van schenken,. stak zij eerst het licht aan. heer Pouillon. Hun oogen knipperden voor den glans, hun HEER KAREL VAN ATTENHOVEN, de ge- handen bewogen een beetje onzekerder. Ailes had wetensvolle kunstenaar aan het gezelschap van nu een ander uitzicht, en door hun hoofd ging het Hippodroompaleis verbonden, is na enkele da- een aardige benevehng. gen tamelijk ernstig ziek zijn, thans volkomen — Wat zijt ge nu beu, Maes . hersteld en zal optreden in het stuk dat na «Mam- — Ailes! . zel Nitouche» vertoond wordt. — Maar wat is ailes, fluisterde Meyvis be- «WALSDROOM». — Gezien het zeer groot vreemd. succès heeft het bestuur van Eden - schouwburg au ? a^es beu, zoo beu als koude pap; besloten «Walsdroom» binnen enkele weken her- *. „ , op te voeren. — files is ailes!... > NIEUW OPERAGEZELSÇHAP - Van ee- Z ^ Me^is^at is heel de wereld, de ne nieuwe operavereenigmg in de Folies-Bergere lucht en h^t w/ter!... destijds door ons gemeld, komt voorloopig mets. ja Het is echter zeer goed mogelijk dat wij rond _ De"menschen en de stad, het werk en mijn Paschen toch eene opvoering van het een of an- vrQUW de vrienden en mijzelf... der operastuk te zien krijgen. Hoogstwaarschijn- _ Maar , t j heel 2uchtte Meyvis som- lijk is het «Hansel en Gretel». ^er — Ja» knikte de dikke Maes vergenoegd, en weet ge hoe dat komt? n> t^v j > a.' — Neën, arme Maes, ontkende zijn vriend. \jUSt£l£iI IJe JLattin — Omdat ailes zoo steeds eender is in het leven!Op Dinsdag 22 Januari 11. overleed de geken- —Eender?... de. tooneeischr i j ver Gustaaf De Lattin. — Ja eender!... Wij staan 's morgens op en Hij werd geboren te Antwerpen op 1 Januari drinken koffie, kruipen op een dak en soldeeren 1858. zinken goten, eten op schoftijd, slapen 's nachts Gustaaf^De Lattin schreef zijn eerste tooneel- naast de vrouw, en dat zoolang tôt wij naar 't spel in 1879, een drama in drie bedrijven : «De kerkeputteken gaan! Afwisseling is er niet. Ver- Ondankbaren». staat ge mij nu?... Sindsdien verschenen niet minder dan 43 too- — Ja, zei Meyvis getroffen, maar daar is niks neelwerken, waaronder het meest bekend zijn : aan te doen... «Emma», «Eene Kokette», «Zijn Eer», «De Won- — Daar zit de knoop, vriend!... de», «Juffrouw Dol», de drie tooneelwerken ge- — Laat er ons nog eentje pakken, Maes. schreven in 1894 voor Oud - Antwerpen n.l. : — Daar staat ge nu ook stom van, niet waar? «Hans, de Ezel en de kist», «De kwade schoon- — Ja, Maes. moeder» en «De bedrieger bedrogen», en twee Zoohaast Meyvis zijn zesde borreltje op had, bundels «Alleenspraken». glunderden zijn oogjes onder de blijde ingeving. Verder schreef hij «Toon Krul», «De Bruid van — Weet ge wat gij moest doen, Maes ? den Visscher» en «Een Groote Dwaasheid», drie — Er nog eentje pakken? sinjorenverhalen met humor gekruid, en verder: — Dat ook, dat kan nooit kwaad... maar iets «De Poesjenellenkeldér in Oud - Antwerpen» en anders om het niet meer beu te zijn... «Het Tooneel in Open Lucht». — Wat dan ? Met zijn vriend Frans Van Laer, met Frans — Duiven houden... er is niks zoo verzettelijk Van Cuyck, Hubert Melis, A. Cornette e. a. re- als duiven houden. digeerde hij «Het Tooneelblad», orgaan van den — Maar dan blijf ik toch nog altijd dezelfde Zuid - Nederlandschen Tooneelbond, dat, tôt in Maes... Neen, Meyvis, 't is heel goed gemeend, 1907, twaalf jaargangen beleven mocht. maar duiven kunnen mij niet helpen. In die dagen was het de Zuid - Nederlandsche — 't Is anders spijtig, oordeelde Meyvis, 'k Tooneelbond die ijverde om goed modem werk had u gaarne eert koppel smierels gegeven om te vertoond te krijgen, door het eigen gezelschap beginnen. of door gastvoorstellingen. — 'k Wou dat ik uw gelukkigen aard had, Bestuurder was hij van den Koninklijken Ne- Meyvis, maar ik ben zoo'n diepzinnige, ge weet derlandschen schouwburg naast Frans Van Laer wel, zoo'n filozoof... van 1906 tôt 1912. — 'k Heb het dikwijls gedacht... gij kunt een Jaren Jang schreef hij ook als vast correspon- gloeiende bout zoo aardig bezien en uw «sjiek- dent brieven uit Antwerpen in «Het Algemeen sken» van links naar rechts jagen... Handelsblad van Amsterdam». — Ha, Meyvis, ge kent mij, zei Maes opge- De Lattin was een goedig en bescheiden man, wekt. een spotlustig sinjoor die naar de mate zijner — Ge moogt zooveel niet denken! krachten de zaak gediend heeft die hem lief — Ik kan het niet laten... 'k, ben 'ne viezen was. Het tooneel had hem van jongs af aange- breugel en gij zijt mijn vriend, maar ik benijd trokken. Zijn laatste werk onlangs met bijval u... door het publiek ontvangen, «'t Is wreed in de De waardin schonk nog eens. In den hoek te- wereld» droeg hij aan zijn kleinzoontje Gustaaf gen den toog hadden zich vier kaartspelers neer- op en noemde het, terecht, het beste werk dat h. gezet en die tierden luid en lustig. gemaakt had. — 'k Wou dat ik u helpen kon, zei Meyvis «Het Tooneel» herdenkt met deze enkele hu'd - hartelijk. gende woorden de nagedachtenis van een man die — Mij kan niemand helpen, Meyvis! lof en blaam, misschien wel te veel blaam ont — Dat moogt ge niet zeggen, Maes, ik ben uw ving. Talrijk zijn degenen die eens genoegen vriend... mochten beleven aan zijn tooneelwerk en die hem — Ja, dat zijt ge, bekende Maes met overtui- nu dankbaar zuilen herinneren. De Lattin gaf ging. wat hij geven kon. — En voor 'n vriend doe ik ailes... Laat mij Aan Mevrouw De Lattin en aan de kinderen maar eens denken... Meyvis is 'n fijne... hij is bieden wij de betuiging onzer deelneming in het veel slimmer dan dat ge misschien denkt... verlies dat hen treft. —■ Och, Meyvis, verweerde zich Maes. HET TOONEEL. Hij maakte een afwerend gebaar streek zijn snor recht nadat hij zijn borrel had leeggedron- ■p-v t j |* — Ik zal het wel vinden, dreigde Meyvis. 1J0 IdeallSten I — Wij zuilen nu maar eens eerst betalen en i dan kunnen wij opnieuw beginnen... HET VERLANGEN DER LOODGIETERS. | De ooren van Meyvis trilden onophoudelijk, Als ik 's nachts uit mijn herberg met zijn linkerhand trok hij aan de boosaardige naar huis terugkeerde, dacht ik haarkens onder zijn neus Hij zocht, hij zocht... bij mij zelf: «Wij, zondaars, zijn Zijn gedachten deinden in vreemde verwarring toch heel andere menschen». | door zijn hoofd. Hij lurkte aan zijn pijp, maar zij Peter Camenzind. H. Hesse. v'"as H^gedoQfd- AAN N VAN OOYFN — SnvglJ Zljt eerhallemaal beu, Maes? .... . . , vain uuihfjn. — iieg er met om> zei deze g^ig^ Weken lang hadden de twee loodgieters ge- — En ge zoudt eens willen veranderen? werkt aan het nieuw zinken dak van het bank- — Ge moet niet truuten, Meyvis, 't is zoo al huis Boven hun hoofd hing de druilerig, grijze erg genoeg. lucht waarin de smook der schouwen verbleekte; , — Wel°t is eenvoudig als ge wilt... maar ge moet het maar vinden... Ik ben nu Maes en gij Meyvis... Gij denkt dan aan niks en ik, ik zal de wereld eens beu zijn... Gij gaat naar mijn vrouw... en ik naar de uwe... — Ja maar, Meyvis!... — Ik denk er over na... De snijtand zat bloot onder zijn bovenlip, de oogen waren moe van de wereld te bezien en vielen toe... Hij had Meyvis met verstomming ge-slagen!Plots klopte Meyvis hem op den schouder. — 'k Heb het gevonden, fluisterde hij zege-vierend.— Wat? j — Het middèl om ailes te veranderen! — Gij, misprees Maes ongeloovig en vakerig. — Ja, ik... Ik ben nog al eens 'n vent, he! — Hm! Hm! — Wij veranderen ailes!... — Hoe zuit ge dat lappen, laide Maes. — Geen «Ja maar», — daarbij, ik heet Maes... ik heb het gezegd, ailes voor de vrienden. — Ja maar, dat gaat niet... dat zuilen ze op het Stadhuis niet aannemen. — Daar hebben ze geen zaken mee... wij doen wat we willen, wij zijn toch vrij... of is dat ook maar weer truut? — En onze vrouwen dan... — Dat is in orde,vriend Meyvisjmaar ik kan u wel verwittigen, pas op voor Madammeken Meyvis... 't is een klein, maar 't is een erge, en aïs go met een stuksken in uw kraag thuis komt, durft ze er de lap over leggen... — Dat zou de mijn nooit gedaan hebben, — zuchtte de nieuwe Meyvis... Ik geloof niet dat het zal helpen. — Laat het ons maar eens probeeren, Meyvis. — Ja, Maes, onderwierp zich de oude Maes. Zij dronken opnieuw, op de vriendschap en op .-de schoone ingeving. — Ge moet nooit uw vrouw laten baas spelen, Meyvis, îaadde de nieuwe Maes. — Neen, Maes, ik zal ze ranselen tôt zij on-derdanig is... En gij moogt het leven niet meer beu zijn, troostte de nieuwe Meyvis. — Ik ga een nieuw leven beginnen en duiven houden, verzekerde de nieuwe Maes, maar nu krijg ik vaak... — Ik ook. Arm aan arm togen zij door den motregen... Hun bakjes botsten tegen de muren of sloegen tegen elkaar. — Wat dag is het vandaag? — Dat weet ik niet meer... — Nu is de wereld veranderd, besefte de nieuwe Maes. — En de hemel bestaat niet meer!... Zoo kwamen zij in het steegje en bonkten op do deuren. Madame Maes met een sjaal op den kop kwam eerst opendoen. — Hier ben ik, zei Meyvis monter. — En hier ben ik, kwam bitsig Madammeken Meyvis te voorschijn. — Ik ken u niet, zei Meyvis plecjitig, ik ben Maes en daar is mijn boezemvriend Meyvis... — Ja, ik ben Meyvis, verzekerde Maes, wij waren het beu en nu hebben wij eens veranderd. — Smerige zatlappen, verfoeide Madammeken Meyvis. — Zwijgen, vrouwen, of... — Aan uw vrouw kunt ge dat gedaan krijgen, zei ze snibbig, maar aan mij niet. — Gij zijt mijn vrouw! — Toe, Maes, wat vertelt ge nu, suste Madame Maes, kom slapen, 't zal overgaan... Madammeken Meyvis sleurde haar vent naar binnen. — 't Is mislukt, kloeg Maes, 'k heb het wel ge-peinsd... Mij kan niemand helpen... en hij suk-kelde zijn vrouw na. — Ge hebt het spel verbrod, kermde Mevvis en zat hopeloos op een stoel in zijn keuken met zijn bakje aan zijn voeten, ik wou Maes redden... Hij is het leven beu en ailes, ailes... En weet gij wat ailes is, viel hij plots heftig uit, awel, ailes, ailes is ailes!... Toen rolden tranen over zijn vaal gelaat en trokken sporen door het houtskoolroet. Verbaasd keek zijn vrouw hem aan en vergat te schelden. LODE BAEKELMANS. Kon. Ned. Schouwburg Zaterdag 26, Zondag 27, (Dag- en avondvertooning), Maandag 28 en Donderdag 31 Januari 1918, opvoering van «KONING HAGEN», Treurspel in 5 bedrijven door H. Melis. Muziek van Edward Keurvels. Nieuwe insceneering en regie van L. Krinkels. Muzikale leiding van K. Candael. Personen : Koning Hagen Hr P. Janssens Siegelinde, zijn pleegkind .-Mev. H. Bertrijn Brunehilde, zijn pleegkind . Mevr. Dilis Haduland, vorst der Batten -.Hr Cauwenberg Runolf, zijn vertrouweling ■ Hr Van de Putte Baldwig, wapendrager Hr L. Bertrijn Thormod, skald Hr Ruysbroeck Wildram, edeling Hr E. Gorlé Eccart, edeling Hr R. Angenot Diedrich, jonge slaaf Mej. M. Bertrijn Altfried, slaaf Hr J. Schmitz Hegel, slaaf Hr Van Gool Helda, kruidenzoekster ... . Mevr. Noterman Een krijger Hr Ludikhuyzen Edelen, krijgers (Batten en Khenen), Slaven Speelt in den Heidensch - Germaanschen tijd in Batavenland. Korte inhoud. — Hagen, koning van Denemark heeft zijn eerste vrouw, Berdelinde, verstooten, en verjaagd, om met een andere te leven die hem bekoorde. Nu hij oud is en alleen, gevoelt hij wroegmg over zijne daad en de schim van Ber-delinde vervolgt hem zonder ophouden. Berdelinde, die zwanger was, heeft op haar zwerftocht een zoon gebaard; zij werd door de Batten opge-nomen, wier koning haar tôt vrouw nam. Hagen betreurt het, geen zoon te hebben; hij: heeft de dochters van zijn broeder Gunar tôt zich genomen. Baldwig, zijn wapendrager,is verliefd op de oudste, Brunehilde, en Hagen ziet in hem reeds zijn zoon en opvolger. Om roovers te verdrijven, die de kusten van zijn rijk onveilig maakten, sluit hij een verbond met Haduland, vorst der Batten. Deze verliefd op Siegelinde, de jongste dochter van Gunar, doch. zal haar eerst tôt zijn vrouw nemen, als hij een eed heeft volbracht, en wel, den smaad te wre-ken, die zijne moeder werd aangedaan. Baldwig, ijverzuchtig op de gunst die Hagen aan Haduland bewijst, en aangespoord door Brunehilde, die haar liefde tôt Haduland verijdeld ziet, staat op tegen Hagen, gesteund door Wildram, een edelman, die zijne liefde van Brunehilde ziet afwijzen, doch haar verkleefd blijft. Koning Hagen wordt onttroond. Brunehilde doet Hagen de oogen uitbranden; een aanslag op Siegelinde mislukt. Haduland, verwittigd van wat er met Hagen gebeurt, komt hem ter hulp, en verneemt dan, dat Hagen zijn vader is... Hij overwint Baldwig, doch schenkt hem het leven. Brunehilde, na eene laatste poging om Siegelinde te dooden,zelfmoordt zich. Hagen sterft, nu hij Haduland, zijn zoon, heeft weergevonden, en Siegelinde dezes vrouw zal worden. De schuld is geboet : een nieuw tijdperk van vrede en rust breekt aan. * * * r Het orkest onder de leiding van toondichter Karel Candael, zal uitvoeren: Voor het le bedrijf: Hou en Trou (Strijdzang); door Edward Keurvels. Voor het 2e bedrijf : Nachtzang, klarinet solo,, heer J. Van Haverberghe, door E. Keurvels. Voor het 3e bedrijf : Kinderideaal, cello solo,, heer H. Everaerts, door E. Keurvels. Voor het 4e bedrijf : Lierzang uit Medea, so-listen: heeren Valck, Deiterer en J. Van Haverberghe, door E. Keurvels. Het publiek wordt beleefd verzocht gedurende de muziekuitvoeringen de grootst mogelijke stilte te bewaren. Nieuwe Operavereeniging (ANVERS - PALACE.) «DE BOHEME». Was de opvoering veertien dagen geleden weinig verkwikkelijk, die van verleden Dinsdag was er eene van de bovenste plank, een succès di primo cartello. Het ensemble was uitstekend en de toejuichingen van het talrijk publiek bewezen dat de revanche die de Nieuwe Operavereeniging genomen heeft op recht schitterende wijze gélukt is. Mej. Cuvelier heeft hare partij gezongen en gespeeld als groote artieste. Hare langdurige on-gesteldheid had hare stemmiddelen om zoo te zeggen geheel onaangetast gelaten en hare zware roi heeft zij tôt in de kleinste bijzonderheden goed volgehouden tôt het einde toe. In I, II en III was zij op de hoogte van haar 1 taak en in het laatste bedrijf gaf zij de stervens-scène op heel dramatische wijze weer. Haar suc-ces was zeer gioot en zeer verdiend.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het tooneel behorende tot de categorie Culturele bladen. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes