Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

632 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 07 Maart. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Geraadpleegd op 17 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/rv0cv4d460/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

INSCHRIJVINGSPRIJS België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 g-ulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheei of op de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : o.25 fr. per drukregel Volledig tariel op aanvraag. Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde katholieke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. De vermoedelijke lijdensgeschiedenis van het ontwerp tôt vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool. (0 Het recht van het Vlaamsche volk op Hooger Nederlandsch onderwijs wordt door niemand meer, althans openlijk, betwist. Wij zijn overtuigd dat er 00k in het parlement een meerderheid bestaat voor de oprichting eener Vlaamsche Hoogeschool. Over de uitvoering zijn echter de meeningen zeer verdeeld ; niet deze der stambewuste Vlamingen die zich als één man aansloten bij het ontwerp der Hoogeschoolcommissie, die de trapsgewijze vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool als alléén doelmatig voorstaat. De eensgezinde strijd voor dit ontwerp is bewonderenswaardig. De vraag is nu : Bestaat er in de Kamer een meerderheid die het ontwerp genegen is ? Ik aarzel niet ontkennend te antwoorden. Daardoor wil ik echter niet zeggen dat er geen meerderheid zal zijn om er voor te stem men. Er is maar één wijsheid voor veel vblksvertegen-woordigers : de vrees der kiezers. Kunnen de kiezers aan de vertegenwoordigers vrees inboeze-men zoodat ze er « kiekenvleesch van krijgen » dan zal 't gaan. Maar zoolang ons Vlaamsche volk zijn stem zal verleenen aan vertegenwoordigers die Vlaamsch zijn vôôr de verkiezing, maar niet Vlaamsch voelen 00k buiten den ver-kiezingstijd, zoolang toch zullen wij niet zege-vieren. Ziehier waarom : Er bestaan zoovele middeltjesom de Vlamingen in de luiers te leggen. Dat zal met het Hoogeschoolontwerp gebeuren, indien de Vlamingen er niet over waken. Langs duistere paden gaat in de Kamer een ontwerp van wet. De namen der volksvertegen-woordigers worden elke maand uitgetrokken om zes afdeelingen samen te-stellen, zoodat ieder volksvert. in een afdeeling zitting heeft, bestaande uit 3i leden. De zes afdeelingen worden op hetzelfde uur bijeengeroepen om het aan de dagorde staande ontwerp te bespreken. Bespre-ken ? Op de 3i kamerleden zijn er zooal twee tôt twaalf aanwezig. In buitengewone omstandig-heden wel eens meer, als 't past ! (Vergelijk de vergadering in 't Senaat voor 't onderzoek der zoo belangrijke schoolwet.) De zes afdeelingen brengen een stemming uit en benoemen elk eenen verslaggever uit de meerderheid, 't zij deze zich voor of tegen 't ontwerp verklaarde. Deze zes verslaggevers maken de mid-denafdeeling uit. De middenafdeeling bespreekt dit ontwerp ; houdt rekening met de opmer-kingen, brengt een stemming uit, noemt eenen verslaggever die de meening deelt der meerderheid van de middenafdeeling. Deze verslaggever maakt zijn verslag op, leest het voor in de mid denafdeeling en legt het, na goedkeuring der middenafdeeling, soms met een nota der minder-heid, ter tafel in de Kamer neer. De Kamer op haar beurt regelt de dagorde en beslist bij meerderheid over de aanduiding van den dag dat de bespreking zal aanvangen. De proceduur is dus zeer traag of 00k soms zeer vlug ; ailes hangt af van den goeden wil der Kamer. Vlamingen, die buiten 't parlement staan, begrijpen dan 00k niet hoe moeilijk het is om een ontwerp ter berpreking te krijgen. Het ontwerp tôt vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool heeft dan 00k nog een heele lijdensgeschiedenis door te maken, vooraleer het zal besproken worden. Het hoort aan het bureel der kamer om de afdeelingen bijeen te roepen. Herhaaldelijk werd erop aangedrongen door verscheidene Vlaamsche vertegenwoordigers, 't zij in 't openbaar, 't zij in 't bijzonder, zoowel door katholieken als door liberalen. Tôt hiertoe vruchteloos ! Maar veronderstellen we dat de afdeelingen opgeroepen worden. Dan eerst begint de kruis weg. De weinig talrijke stambewuste vertegenwoordigers, die de wet willen doordrijven zullen op hunnen post zijn ; de openlijke vijanden van 't ontwerp 00k. En de verdoken vijanden zullen de eenen komen en tegenstemmen omdat de vergaderingf n niet openbaar zijn, en de min-der moedigen thuisblijven. De Vlamingen krijgen in al de afdeelingen een eerste klopping, tenzij de eene of andere afdeeling bijzonder gunstig was samengesteld, hetgeen wel eens gebeuren kan als 't lot den Vlamingen gunstig is, want door de loting worden de afdeelingen samengesteld. Herinneren wij ons het ongelukkig toeval, waardoor de meerderheid in vier afdeelingen liberaal was toen 't schoolontwerp Schollaert moest besproken worden. Maar hoe gunstig 00k het lot voor de Vlamingen zij, voor mij is het zeker dat we een neerlaag krijgen in de meerderheid -der afdeelingen. Bijgevolg zal de meerderheid in de midden- (1) Het eerste deel van dit artikel ontvingen wij vorige week doch 't was ons onmogelijk het toen op te nemén. — Het tweede deel kwam ons zooeven toe. H. L. afdeeling tegen ons zijn. Die meerderheid heeft nu het recht zoo talrijke zittingen te houden als ze wil en ze zoolang te verdagen als ze kan. De verslaggever, die tegen ons is, zal het zoolang mogelijk trekken om zijn verslag op te maken, voor te lezen, en neêr te leggen. En intusschen wachten de Vlamingen ! Wanneer het neergelegd is, moet de kamer het willen bespreken xen daar de meederheid tegen ons, kan ze 't nog wel eens verdagen. Althans daartegen zijn we als Vlaamsche vertegenwoordigers meer gewapend, omdat wij over de dagorde een openbare bespreking en stemming kunnen uitlokken. En nog eens hiervoor geldt het weer : de vrees der kiezers is het begin der wijsheid. Maar wat kunnen wij tegen de verwurging van 't ontwerp in de afdeelingen en in de middenafdeeling ? Een verklaring vragen van de kandidaten voor de verkiezing ? Ja opperbest ! Beter ware het stambewuste Vlamingen naar de Kamer te zen-den. Wat baat het ten slotte dat een kandidaat zich voor de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool verklaart, indien hij niet als een stambewuste Vlaming handelt om het ontwerp ter bespreking te krijgen ? De volksvertegenwoordi-ger moet zijn kiesbelofte zelfs niet breken ; hij hoeft maar niets te doen, na te zien, afwezig te blijven wanneer de afdeelingen vergaderen enz., dat juist moeten de Vlamingen van nu af tegen-werken. Zijn hun vertegenwoordigers niet onder de getrouwe te rekenen, de Vlamingen wer-ken van nu af om van hen te bekomen dat ze vragen om de afdeelingen bijeen te roepen, en dat ze dan zelf op de vergaderingen aanwezig zijn. Vooral de Vlamingen uit de arrondissementen waar 't kiezing is hebben te werken. Zij vragen op de kiesvergaderingen wat hun vertegenwoordigers in dezen zin hebben verricht. Op dan ! Vlamingen ! Geen lamheid ! de kamerleden zijn uwe vertegenwoordigers ! door uw steun buiten het parlement moeten de vlaamsche voormannen in het parlement zegevieren ! Z. Vorige week zond ik u een artikeltje ,over de lijdensgeschiedenis die het voorstel zou te bele-ven hebben. En toch kon ik niet voorzien wat er gebeuren zou ; 't is 00k zoo schelmsch uitgedacht, dat eerlijke lieden zich dat niet kunnen voor-stellen. .. Vrijdag middag kwamen de afdeelingen bijeen om dit ontwerp te onderzoeken. In de vijfde afdeeling behaalde het voorstel de meerderheid. De heer Versteylen sprak zich uit tegen het ontwerp : wel zegde hij het beginsel eener Vlaamsche Hoogeschool te aanvaarden maar niet de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool. De heer Vande Perre werd door den heer Van Cauwelaert als verslaggever voorge-steld. En hoe zonderling ! Een lid vroeg dat de verslaggever door ge-heime stemming zou aangeduid worden, — een op voorhand gereed gemaakt spel — en de heer Versteylen, vijandig aan de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool werd tôt verslaggever uit-geroepen ! Die man moet dus een verslag uit-brengen ten gunste der vervlaamsching, die hij bekampte. Als die heer meent dat zulks met zijn eerlijkheid overeenstemt, dat moet hij zelf weten. Dezelfde toer werd gespeeld in de zesde afdeeling. En zôô is het gebeurd dat de middenafdeeling tegen ons is. Zij is samengesteld uit de heeren : du Bus, Neujean, Siffer, Kamiel Huys-mans, Versteylen, Poncelet. En nochtans behaalden wij de meerderheid in de afdeelingen. Ziehier hoe de stemmen werden uitgebracht : Neen Ja Onthouding Verslaggever I ste Afdeeling $ 4 BuS 2de 9 9 2 Neujean 3de . 5 12 2 Siffer 4je 5 io 2 Kamiel Huysmans 5Je S n 2 Versteylen 6de 5 11 3 Poncelet Samen 42 6c i5 Besluit : De meerderheid der leden is voor ons, wanneer zij in 't openbaar verschijnt. Alleen door geheime stemming kan ze het voorstel nog ver-wurgen. En een geheime stemming in de Kamer uitbrengen, gaat niet. Dus Vlamingen hoop en vooruit ! De strijd vangt aan voor goed. Z. Zie nadere inlichtingen onder Over Poiitieh. ■mr:rr=r Parsifal te Brussel. II. De Opvoering. Hoewel over 't algemeen aile dagblad-kritiek vrijwel onbeacht ter zijde kan gelaten worden, gezien haar verwardheid en bedrieglijke opper-vlakkigheid, is het ditmaal toch belangwekkend eenige van die beroepskritici aan het woord te hooren. Daaruit kan wederom blijken waar de eng-subjektieve kritiek op algemeen-menschelijke kunst naartoe leidt. Daarna i.ullen we dan zien hoe de opvoering zijn moet, naar Wagner's eigen 1 .îdoelingen. In Le XXe Siècle van 4 Januari 1914, schrijft P. M. dat de muzikale eenvoud van Parsifal aan dit werk een karakter verleent dat « essentiëel ver-schilt van Wagner's overige kompositiën. » Volkomen onwaar !' Waarheid is — en allen die Wagner's kunst eenigszins grondig bestudeerd hebben weten het — dat de meester in al zijn werken er naar streeft den vorm steeds te. doen overeenstemmen met den inhoud. Ook vallen in al zijn werken gedeelten aan te wijzen van den rneest elementairen eenvoud, terwijl, omgekeerd, in Parsifal even ingewikkelde gedeelten voor-komen als elders. Voorbeelden liggen voor 't grij-pen. Tegenover G'ottirdcimmerung is er vereenvou-diging waar te nemen op het gebied van de orkestratie : daarbij blijft het gansche essen-tiëel (! ?) verschil bepaald. Verder meent deze kritikus een zekeren terug-keer waar te nemen (ni. in 't tweede bedrijf) tôt de « formulen der Italjaansche muziek », enz. Te Brussel heet zoo iets : zwans. Hoe dikwijls werd het al betoogd, dat er in de levende kunst geen terugkeer bestaât naar vroegere vormen ? — wèl naar vroegere beginselen en opvattingen. Zelfs een streng-katholiek toondichter als Edgar Tinel, wilde niet hooren van een terug invoeren der Oud-Italjaansche komponeerwijze, omdat elke tijd zijn eigen uitdrukkingswijze dient te hebben, t-n aile overnemen van bestaan hebbende vormen geen eciiten stijl, geen levende kunst kan voort-brengen.Een derde verbijsterende opmerking moet ik onderlijnen. De heer P. M. beweert namelijk dat er in Parsijal « zekere betreurlijke langdradig-heden » waren, bizonder opvallend bij de lezing, maar dat ze bij de opvoering haast geheel verdwe-nen ! Hij meent dus dat Wagner eigenlijk lees-drama's schreef, net als Racine b. v., ten minste zooals deze verklaard wordt in de kollege's. Wel-nu, wat kan men verwachten van menschen die nog geheel op het standpunt staan van de theore-tische kunst, waar het gaat, als bij Wagner om door en door levende kunst, welke op het papier, bij de lezing, hoegenaamd niet bestaat ? De meester is dertig jaar dood, en nog klinkt de stem uit zijn brieven en grondleggende geschriften ten onzent als in de woestijn. Van de gemeenschaps-kunst die de Germaansche reus aan de wereld schonk hebben onze verliterairde mode-kritici nog niets gesnapt en het kleur- en levenloos portret dat « in de boeken staat » nemen ze nog voor het levend wezen zelf. We leven dan ook in den tijd van de papieren kultuur, op het papier en door het papier... Omtrent volgende punten waren de bladen het nagenoeg 't akkoord : 1) De Parsifal-opvoering was de groote artis-tieke en « mondaine » gebeurtenis van het seizoen, waarbij zelfs een ongewone toiletten-kwestie kwam ! 2) De opvoering was een geldsucces zonder weerga voor het theaterbestuur : 10.000 fr. toe-lage van de stad, de prijs van de meeste plaatsen verhoogd en ailes lang van te voren uitverkocht 3) Het publiek kwam meestal uit nieuwsgierig-heid en uit snobism, en toch was de indruk groot. (Of het ook de rechte indruk was ?) 4) Het eetmaal tusschen het ie en het 2e bedrijf deed de menschen ietwat ruw uit de hooge sferen op de aardsche aarde terecht komen. Daarover kan men volgend stukje uit Le Soir (4januari 1914) lezen : « Du haut du ciel, sa demeure dernière, le maître de Bayreuth aura certes dû, hier soir, s'arracher quelques cheveux —- il lui en restait — à la vue de ces gens qui, placides et bâillants pendant toute une partie du premier acte, se retrouvaient pleins d'entrain et se délectant des plats qui défilaient sur les tables des restaurants !... Ce dialogue entendu dans l'un de ceux ci en dira long sur l'état d'âme de certains spectateurs. — C'était bien, monsieur ? demande le garçon à un familier de la maison. — Oui, mon ami, répond le monsieur gravement, très bien, mais votre poulet de grain est encore bien mieux. Disons, pour l'honneur de l'humanité en général et des Bruxellois en particulier, qu'il n'y eut pas trop de profanes de cette espèce, » 5) M. Hensel (Parsifal) had ongelijk in 't Fransch te zingen in plaats van in 't Duitsch, vermits zijn uitspraak vreemd en grootendeels onverstaanbaar was. (Eeitelijk is het onzinnig twee talen te gebruiken in één drama, doch hier hadde M. Hensel werkelijk beter gedaan in 't Duitsch te zingen, daar men hem dan had kunnen verstaan, terwijl men nu haast van niemand iets begreep.) 6) M. Rouard was een uitstekende Amfortas, M. Billot een goede Gurnemanz, M. Bouillez een goede Klingsor, Mevr. Panis een verdienstelijke Kundry, de bloemenmeisjes zeer wel, kooren, orkest, dekor uitmuntend. (Dat ailes betrekkelijk waar !) Omtrent M. Hensel liepen de meeningen uiteen. 7) De vertaling van Mevr. Judith Gautier en Maurice Kufferath zoude een model zijn. 8) De vertooning in haar geheel was zoo goed, dat aan den Muntschouwburg zeker de prijs toe-komt, boven aile andere theaters. (?!) Een kritiekus, M. Charles Van den Borren, in l'Indépendance belge van 4 Jan. 1914 drijft de broe-derlijke.'. bewondering zelfs zoover (men kent deze maç.\ onderlinge bewierookmg methode) § dat hij zoo maar onbesuisd het volgende neer-pent : ;i et l'événement a victorieusement prouvé que nul sanctuaire d'art n'était mieux qualifié pour réaliser, à oôté de Bayreuth, une interprétation vraiment à la hauteur de la pensée et des aspirations wagnériennes. » Dat loopt nu toch de spuigaten uit, en ons gansche wezen komt in opstand, wanneer we kunstheiligdom hooren betitelen een theater waar jaar in, jaar uit de lichtste Fransche opera's schering en inslag van het programma uitmaken en waar de archi-lichtzinnige gemaskerde bals gehouden worden, tusschen de uiivoeringen van Parsifal in ! Voor Br.-. Ch. Van den Borren kan zulke plaats een heiligdom zijn, omdat er jaarlijks een integrale opvoering plaats heeft van Mozart's maçonnieke Tooverfluit voor B Br. ■. Vrij metselaren, doch voor ieder onbevangen « profaan » is de Muntschouwburg een plaats van lichtzinnigheid en een zuiver geldelijke onderneming. Niemand minder dan de gekende Edmond Evenepoel getuigt in zijn boek « Le Wagné.risme hors d'Allemagne » : « Les nécessités qui dominent l'exploitation du théâtre de Bruxelles ne permettront jamais le plein essor d'un mouvement artistique sérieux et durable. » In zulken viezen kunsttempel is Parsifal goed geleverd ! Overigens is deze studie wel lezenswaard. In een latere studie op de beteekenis van het werk kom ik er op weer. Thans wil ik toch wijzen op een paar uitspraken van den heer Van den Borren, het wezen van het kunstwerk betreffend. Hij verkiest in lettcrkundig opzicht de oude gedichten van Chrétien de Troyes en Wolfram von Eschen-bach, die het uitvloeisel zijn der gemeenschap-pelijke mentaliteit van een tijdperk waarvan het leven een onafgebroken legende was : « de là ce mélange constant de réalisme et d'idéalisme, de vérité et de rêve, qui s'offre avec une grâce fruste et un naturel dont on chercherait vainement la trace après la Renaissance. » Zeer juist. Wagner nu maakt de legende dienstbaar aan zijn persoon-lijke wijsgeerige en esthetische opvattingen ; van daar een zekere gedwongen- en gewrongenheid : « Une sorte de raffinement barbare et une sublime puérilité y tiennent la place de l'antique naïveté. » Daar steekt een greintje waarheid in ; nochtans moeten we tegenover deze uitspraak een dubbel voorbehoud maken : i° De tekst van het woord-toon-dramà is riiaar een deel van het geheel, 4- een derde van het gansche werk, waarvan de muziek en de zichtbare handeling minstens de twee overige derden uitmaken. Nu eens overheerscht het woord, dan weer de muziek, dan weer het gebarenspel, terwijl deze drie zusterkunsten haast onafgebroken samen, als versmolten, het drama uitdrukken en voorstellen. Een oordeel over den tekst afzonderlijk kan dus alleen onder voorbehoud aanvaard worden. En welke tekst is hier bedoeld, de Duitsche of de Fransche ? 2° Stesds heb ik ondervonden dat menschen van Latijnsche kultuur niet onbevangen staan tegenover de uitingen van den Germaanschen geest. Op het gebied van beeldhouw- en schilderkunst vinden zij hun ideaal in de Italjaansche Renaissance. op dat van de letterkunde in Frankrijk, enz. Volgens deze normen beoordeelen zij dan de Gcrmaansche kunst en vinden er dus noodzakelijk niet dezelfde harmonie, stijl en geestelijke elemen-ten in als in de Zuidersche kunst. Dat moeten we wel in 't 00g houden zelfs bij de ernstige Fransche kritiek. Nog beweert de heer Van den Borren totaal ongegror.d dat, ondanks Wagner zelven, d.e muziek op absolute wijze triomfeert op al'het overige, in Parsifal : « C'est qu'en réalité l'inspiration » musicale était chez lui l'essentiel quM le,voulût » ou ne le voulût point, on serait presque tenté de » croire que', dans son for intérieur, l'idée musi-» cale précédait souvent l'idée littéraire et que, » si elle ne la faisait point naître dans sa totalité, » elle aidait tout au moins à la préciser, à lui » donner un corps, à la « dramatiser. » Deze bewering zou aanneemlijk zijn, indien er sprake was van een voorafgaande muzikale stemming bij het kunstscheppen, waarvan ook Schiller spreekt en die elkeen hebben kan, zonder zelfs een noot muziek te kennen. Doch hier is bepaal-delijk bedoeld het muzikaal geda-cht, en dat is on-juist.Elders heb ik gewezen op het ontstaan der leidmotieven — waar het hier om gaat —, vol-gens Wagner zelven : « in schemerlicht van hal-ven droom verschenen zijn figuren vôôr hem en van hun lippen vloeide muziek ; deze geopen-baarde klanken hield hij vast en smeedde er uit het. muzikale équivalent. » (zie .Over Kunst en Kultuur, bl. 111) .... Nu is het duidelijk dat deze> frgitfen eerst ■afge-lijnd waren, wanneer de letterkùndige schets van Negende Jaargang. Zatcrdag 7 Maart 1914. JNumrrfer 10 (met bijvoegsel)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Leuven van 1906 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes