Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen

819 0
21 februari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 21 Februari. Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen. Geraadpleegd op 19 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/9z90864d5m/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

INSC H RIJ VIN GSPRIJ S België : 5 fr. 's jaars Nederland : 3 grulden Andere landen : 7 frank Men schrijft in bij het Beheer of op de postkantoren. Losse nummers 10 centiemen. AANKONDIGINGEN : o.25 fr. per drukregel Volledig tarief op aanvraag. HOOGERLEVEN Algemeen Weekblad voor Ontwikkelde Katholieke Vlamingen Briefwisselaars gelieven telkens hun volledig adres op te geven. Aile bijdragen, waarvan de inzender zich aan de Redactie niet volkomen bekend maakt, worden onverbiddelijk geweigerd. Beheer en Opstelraad : Minderbroedersstraat, 44, Leuven. Gedrukt in DE VLAAMSCHE DRUKKERIJ Bestuurder Hugo Bomans, Minderbroedersstraat, 44, Leuven. De Àrbeiderswoningen in Vlaamsch=België. Het laatst verschenen jaarverslag der Alge-meene Spaarkas behelst belangwekkende statistie-ken nopens de werking der officiëel erkende maatschappijen voor het aanschaffen van goed-koope woningen. Den 3in December 1911 hadden 176 zulke maatschappijen nog niet gansch afgelegde leenin-gen van de Spaarkas ontvangen : 167 naamlooze en 9 samenwerkende ; 139 credieten 3y bouw-vereenigingen.Op het einde van verleden jaar waren deze verhoudingen nagenoeg dezelfde gebleven. Eene enkele kleine verandering : het getal voorschot-vereenigingen was gestegen tôt 140, en dat der bouwvereenigingen gedaald tôt 36. Het totaal bleef dus onveranderd. Het gezamenlijk bedrag der aangegane leenin-gen welke niet geheel afgekort waren beliep den 3i" December 1911 85.73o.ooo fr. ; een jaar later was dat bedrag geklommen tôt 89.123.000 fr. In het geheel had de Spaarkas den 3in Dec. 1912, 103.267.000 fr. uitgeleend, voor het bou-wen of het koopen van 57.i3o werkmanswonin-gen.Minder dan eén ten honderd dezer huizen (juist 526,) zijn moeten onteigend worden omdat de vereischte terugbetalingen ten achter bleven. 85 ten honderd der ontleeners zijn nu door eene levensverzekering gedekt : 32.765 op 38.289. Zoo wij nog ver verwijderd zijn van het beoogd doel : ieder werkman zooveel mogelijk zijn eigen huis, en er met recht aangedrongen wordt op het in-voege-brengen van eene nieuwe wet, toch mag dus de bekomen uitslag voor gansch het land zeer schoon genoemd worden. Maar voor Vlaamsch-België in het bijzonder is de toestand niet schitterend. De Spaarkas geeft de volledige lijst op der maatschappijen die van hare tusschenkomst ge-bruik maken, met eene bondige aanwijzing betreffende het belang hunner verrichtingen. Die lijst laat toe vast te stellen hoeveel de ver-eenigingen gevestigd in elk der provinciën van België aan de arbeidersklas geleend hadden den 3in December 1912. Voor de crediet maatschappijen is de verdee-„ ■" ' >* ling als voTgt : I. Vlaamsche provinciën. Limburg (280,000 inwoners) : 5,614,000 Antwerpen (1,000,000 » ) : 5,446,000 Oost-Viaandn (1,125,000 » ) : 5,109,000 West-Vlaanden (875,000 » ) : 3,557,000 Te samen (3,280,000 inwoners) : 19,726,000 II. Waalsche provinciën. Henegouw" (i,25o,coo inwoners) : 58.63o,ooo Luik (900,000 » ) : 27,535,000 Namen (370,000 » ) : 19,174,000 Luxemburg (23o,ooo » ) : 8,986,000 Te samen (2,750.000 inwoners) : H4,3i5.ooo III. Tweetalige provincie. § Brabant (i,5oo,ooo inwoners) : 15.209,000 Laten wij deze laatste gouw terzij. om de Vlaamsche met de Waalsche provinciën te ver-gelijken.In de etrste is de bekomen uitslag zesmaal kleiner dan in de tweede. Dat gewichtig en betreurenswaardig feit ver-dient de aandacht te weerhouden van allen die bekommerd zijn om de lotsverbetering van het volk. Het toont ons : eerstens, dat onze stamgenooten veel te weinig voordeel getrokken hebben uit de wet van 1889 ; tweedens, dat er algemeene oorzaken moeten bestaan in onze streken welke het benuttigen dier wet belemmeren en welke in het Walenland of geheel ontbreken of zich met veel minder kracht doen gevoelen. Zoo wij aannemen dat het getal huizen gelijken tred houdt met het beloop der leeningen, komen wij tôt het besluit dat in de Vlaamsche provinciën maar ongeveer 8000 woningen (het zevende deel van 57,t3o) gebouwd of aangekocht zijn met be-hulp van de Spaarkas, gedurende een tijdperk van 20 jaar. Dus slechts gemiddeld 400 per jaar. Vermits jaarlijks meer dan 20,000 huwelijken in I de vier vermelde provinciën gesloten werden, maakten geen 2 ten honderd der nieuwe huisgezinnen gebruik van de woningswct. Waaraan is dat te wijten ? Om welke redenen benuttigden de Vlamingen zoo jammerlijk weinig de wet die een der heerlijkste vruchten is van Beernaerts sociale werking, en hoe komt het dat de Walen er zesmaal meer baat bij gevonden hebben ? Is misschien de woningsnood bij ons minder nijpend dan bij onze Zuiderburen ? Hebben onze arbeiders minder de tusschenkomst der spaarkas noodig om eigenaar te worden van hun huis ? Of is het voordeel dat zij kunnen trekken uit het aanschaffen van een eigen haard minder groot dan voor hunne Waalsche broeders, 't zij dat zij aan goedkooper voorwaarden kunnen huren, 't zij dat hunne gehuurde huizen aangenamer en ge-zonder zijn ? Geen enkele dier veronderstellingen schijnt mij aanneembaar. In het algemeen genomen dunkt het mij dat de Vlaamsche werklieden zeker zooveel belang hebben bij de leeningen door de Spaarkas toegestaan. En ik geloof wel dat al wie de verschillende streken van België bezoekt en bestudeerd heeft, wie de bestaande mistoestanden kent, mijne meening zal deelen. De behoeften zijn wel zoo groot in Noord- als in Zuid-België. Wat stremt dan bij ons het gebruik van het aangeboden middel om in de behoeften te voorzien ? Mogelijk zijn de economische toestanden daar niet vreemd aan. Het bedrag der loonen ; de betrek-kelijke armoede; de levensaard, zeer verschillend in de landbouw- en in de nijverheidsstreken ; het aantal kinderen, dat de ouders het sparen belet ; de grondverdeeling, waardoor het in vele ge-meenten moeilijk is voor kleine menschen een strookje land aan de hebzucht der grooteigenaars te ontrukken ; al die omstandigheden dienen ni aanmerking genomen. Maar of daarin de eenige doorslaande oorzaak te vinden is, dat betwjjfel ik sterk. Het is hier de plaats niet om in het lang en het breed mijn oordeel diensaangaande te staven. 'k Vergenoeg mij dan 00k met enkele bondige beschouwingen. Vooreerst, de algemcenheid van het besproken verschil is opmerkenswaardig : in aile Waalsche gouwen werd een veel grooteren uitslag bereikt dan in de Vlaamsche. Nochtans worden in Wal-lonië allerlei toestanden ontmoet ; o'aar zijn zwartbestovene nijverheidscentrums en stille landbouwdorpen ; rijke plaatsen en doodarme, dichtbevvoonde en bijna gansch verlatene ; streken in de macht van enkele kasteelheeren, en andere, waar de grond uiterst verbrokkeld is. In V'iaanderen 00k is de verscheidenheid zeer groot. Er zijn bij ons streken die, van economisch standpunt uit, te stellen zijn nevens sommige gouwen onzer Zuiderburen ; de vergelijking tus-schen zulke soortgelijke streken bewijst dat, voor hen ten minste, andere f^ctors dan de zuiver stoffelijke een overwegenclen invloed uitoefenen. Neem, bijvoorbeeld, Namen en Oost-Vlaan-deren. De verhouding der bevolking is 370.000 : x.125.000= 1 : 3 ; die der bekomene uitslagen : 39.174.000 : 5.109.000, 't zij omtrent 4 : 1 ; herleid tôt dezelfde bevolking wordt deze laatste 4 x 3 = 12 : 1. Ziehier de volledige opgave voor elk der wettig erkende credietvereertigingen in deze provinciën werkzaam. In deze opsomming duiden de plaats-namen den zetel aan der betrokkene maatschap pijen ; de cijfers, het getalfranken aan de Spaarkas geleend sinds 1889. Namen (370.000 inwoners) Oost-Vlaand. (r.T25 000 inw.) Namen : 4 678.000 Gent : 2 392.000 Walcourt : 4.137.000 Aalst : 1.039.000 Dinant : 2.604.0C0 Dendermonde : 757.000 Fosses : 1.825 000 Meerbeke : 388.000 Gembloers : 1.540.000- Geeraardsb. : 221.000 Rochefort : 1.372.000- Eecloo : 167.000 Auvelais : 1.01 [.000 Oudenaarde : 78.000 Beauraing : 738.ooo> Ronsse : 68.000 Andenne : 578.ooo' Temsche : 1.9.000 Gedinne : 5i3.ooo» Yvoir : 178.000 Totaal : 19.174.000 Totaal : 5.109.000 De tabel — evenals de andere welke zouden kunnen voorgebracht worde.n met aan de eene zijde eene Waalsche, en aan de andere zijde eene Vlaamsche provincie, — schijnt mij welsprekend, eenieder zal er wel treff.ende overwegingen kunnen van af leiden. Er moeten bijgevol g gewichtvge oorzaken bestaan buiten de stoffelijke toestanden. Moeten die oorzaken gezocht worden in de bij,:andere onvcrschilligheid der sociale werkers ? Men zou het betwijfelenu-als men nagaat het getal op-gerichte credietvereenigingen. Alzoo zijn er meer ge; ticht geworden in West-Vlaanderen dan in Luxemburg, Namen of zelfs Luik. Een bewijs van den goeden wil der Vlaamsche burgerij, om hare hulp te verleenen wordt overigens gevonden in de werkzaamheid der b wœ'-vereenigingen, dus van die vereenigingen wier leden niet alleen de werklieden in verbinding stellen met de Spaarkas maar ookzelf woningen bou wen voor de arbeiders. In de vier Vlaamsche gouwen bezaten in 1912 j^bouwmaatschappijen voor r.68o.ooofr. huizen; in .Wallonie waren er slechts 8 zulker vereenigingen, wier eigendommeri maar tôt 727.000 fr. be-liepen. (1) (Dr blijft nog eene laatste reden over : de geestes-toebland van de Vlaamsche werklieden. Vloeit het waargenomen verschijnsel niet grootendeels voort uit het gebrek aan opleiding van ons volk ? Vindt he: een zijner oorsprongen niet hierin dat onze arbeiders de voordeelen der huidige wet niet beseffen willen of kunnen ? Wat er 00k van zij, het feit staat vast, on-loochenbaar : de wet van 1889 gaf magere vruch-tesf, in Vlaanderen ; de wanverhouding met het Walenland is groot. Het ware te wenschen dat de. Regeering en de Vlaamsche volksvertegen-wc ordigers zulks niet uit het 00g verloren bij het onderzoek der nieuwe wet die in de Kamers besproken wordt. Met recht mag men vreezen dat indien deze laatste wet gestemd wordt zonder acht te slaan op de uitspraak der ondervinding, indien er geen rekening gehouden wordt met de oorzaken van den huidigen toestand, dezelfde oorzaken in de toekomst dezelfde gevolgen zullen hebben als in het verleden, en het nut der nieuwe wefer "v'éèl zal door lijden. AUG. Mennes. ■ ~~ r ■ Parsifal te Brussel. I. Vôôr de OpYoericg. Het was dus reeds lang beslist dat Parsifal in 1914 aan Bayreuth zou ontroofd worden. Wagner's uitdrukkeîijke wil, de protestatie's van zijn vrienden en erfgenamen, het met 18.000 handteekeningen voorziene verzoekschrift aan den Duitschen Rijksdag om de « Schutzfrist » te ver-lengen : dat ailes telde niet meê wanneer het gold de nieuwsgierigheid van het theaterpubliek te Voldoen en vooral de zakken te vullen van de theaterbestuurders. Wat werd er al niet uitge-vonden om den Parsifal-roof te wettigen ! In 1907 meende Otto Leszmann een afdoende recht-vaardiging er van ontdekt te hebben in Wagner's brief van 29 September 1882 aan Angelo Neu-mann, den bekwamen bestuurder van het rond-reizend Wagner-t-heater. Daarin heet het dat deze misschien bij uitzondering 00k « Buhnenweihfest-spiele » zou kunnen inrichten, vermits eenerzijds Neumann de beste opvoeringen tôt stand gebracht had van den «Ring» en anderzijds Wagner meende zich in dit onvermijdelijke te moeten schikken. Op de uiterst zwakke bewijsvoering van Leszmann werdafdoende geantwoord, o. a. in hetNr325, der Mûnchener Zeitung van 16 Juli 1907. Wagner schreef dien brief aan Angelo Neumann in een treurige stemming, denkend dat het Bayreuth-theater na zijn dood zou ophouden in werking te zijn. Hij wilde dan toch redden wat er te redden was en schreef uitdrukkelijk aan Neumann dat indien hij zijn tooneel « door uitsluitelijke en ge » durig verbeterende opvoering van aile zijn » werken op de vereischte hoogte gebracht en » gehouden zou hebben, aan hem alleen en in » dezen zin Parsifal door mij kon afgestaan wor-» den. » Daar munt uit slaan om dit werk aan de heele wereld uit te leveren, geeft toch minstens blijk van een mank gaande logika ! Heel wat gewichtiger is de brief door Wagner uit Siena, gericht tôt Koning Lodewijk II van Beieren, op 28" September 18S0 : a Ik heb nu al mijn werken, hoe ideaal 00k op-gevat, aan onze theater- en publiekpraxis moeten overleveren, hoewel ik deze als diep onzedelijk beschouw ; thans moet ik mij ernstig afvragen of (1) In deze opgaven zijn niet begrepen de bouwvereenigingen welke de aangegane leeningen reeds gansch aan de spaarkas afgelegd hadden. ik niet ten minste dit laatste en heiligste van mijn werken tegen het zelfde lot eener gemeene opera-loopbaan verzekeren zou. Een beslissende aanlei-ding hiertoe heb ik eindelijkin den reinen inhoud, in het onderwerp van mijn « Parsifal » niet meer kunnen miskennen. Inderdaad, hoe kan en mag een handeling, waarin de verhevenste mysteriën van 't kristelijk geloof op het tooneel gebracht zijn, opgevoerd worden op theaters als de onze, naast een operarepertorium en een publiek als de onze : Ik zou 't waarlijk aan onze kerkoversten niet verwijten, indien zij zeer terecht protes-teerden tegen het opvoeren van de heiligste mysteriën op de zelfde planken waar gisteren en morgen de lichtzinnigheid wordt ten toon ge-spreid en voor een publiek dat alleen om de lichtzinnigheid komt. Geheel doordrongen van dit juiste gevoel, noem ik mijn « Parsifal » een « Biihnenweihfestspiel ». Daarom moet ik hem nu een theater trachten te wijden, en dit kan alleen mijn eenzaam feestspelgebouw te Bayreuth zijn. Dààr enkel en alleen mag « Parsifal » in aile toekomst opgevoerd worden : nooit mag mijn « Parsifal » op eenig ander theater aan het publiek ter verlustiging geboden worden; en dit mogelijk te maken, is het eenige wat mij bezig houdt en doet nadenken hoe en met welke middelen ik deze bestemming van mijn werk zou kunnen verzekeren. » Dit is duidelijke en wel overwogen taal en deze oorkonde wordt terecht als afdoende beschouwd door al wie de zaken ernstig opvat, vermits Bayreuth buiten Wagner's eigen verwachting is blijven voortbestaan en, onbetwistbaar zijn tra. / ditie heeft onderhouden en voortgezet. Ook zijn de drijfveren die tôt den roof geleid hebben, aller-minst artistieke. Het Parijsche blad Excelsior vroeg daar omtrent het gedaeht van eenige Fransche musici. Ziehier een paar antwoorden : « Men had den wensch van den grooten heengegane moeten eerbiedigen. Geen hulde ware zijn genie waardiger geweest. » (Gabriel Fauré) « Parsifal werd geschapen voor het bizonder midden van Bayreuth, dat eenigszins het Lourdes der muziek is. Men moest het ginder laten en men heeft ongelijk gehad den wil van een doode niet te eerbiedigen ». (Claude Debussy) Zoo spraken de meesten. Een drietal daçhten er anders over. Aldus zegt zekere Florent Schmitt : « Het was tijd er een einde aan te stellen met Parsifal, dat onze koncert-programma's overlast ; daarbij heeft de handelsonderneming van Bayreuth lang gencieg geduurd ». ! ! ! Deze zoon der verlichte Natie heeft onge-twijfeld gemeend van zich te zullen doen spreken, door zulken onzin uit te kramen. Hij moet toch weten dat i° de onderneming van Bayreuth zuiver artistiek is en geen cent opbrengt aan de familie Wagner ; 20 dat deze laatste eenige mil-lioenen had kunnen winnen.door « Parsifal » uit te leveren vôôr het werk vrij kwam ! Maar wat doet men al niet om een oogenblik de aandacht te kunnen trekken van het publiek ! In de Belgische bladen werd zoo goed als niets geschreven over den Parsifal-roof ; de opvoering werd eenvoudig beschouwd als een « uitgemaakte zaak ». In hoeverre de wijze voorzorgmaatregelen der vooruitziende schouwburgreklaam er toe bij-gedragen hebben, den sluier onopgelicht te laten boven deze voorafgaande kwestie, valt ejikel te gissen Dit terzijde gelaten, moet het bekend, dat de Fransche bladen hun best gedaan hebben om het publiek tôt de opvoeringen voor te bereiden. Daarin onderscheidden zich vooral «Le Soir» en « Le ' Peuple». Eerstgenoemd blad heeft er waarlijk een « aanval » van godsdienstigheid bij gekregen. Luister maar : « Parsifal is een idealistische ge-loofsbekentenis, de hooghartige bevestiging van ons hopen, een poging om ons te bevrijden van onze twijfelzucht, om onze gedachte boven de gemeenheid van het bestaan te verheffen. » (Le Soir, 1 Januari 1914). Het woord « religieux » komt dikwijls weer in dit artikel, maar er wordt voor gezorgd dat het niet in kristelijken zin opge-vat worde : « Wagner maakte er den typus van reinheid, onschuld, kuischheid van ; hij legde in hem een hooger ideaal van schoonheid en goed-heid, hij maakte er een drager van het geloof van, en door geloof moet verstaan worden, buiten elken bepaalden eeredienstom, dezen drang die ons drijft naar al wat edel en goed is, » enz. Vergelijk daarmede wat Wagner zelf zegt in den hooger aangehaalden brief aan Lodewijk IL Het is, op- Negende Jaargang. Zaïerdag 21 Februari 1914. Nummer 8

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Hooger leven: algemeen weekblad voor ontwikkelde katholieke Vlamingen behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Leuven van 1906 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes