Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad

260 0
01 februari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 01 Februari. Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad. Geraadpleegd op 22 april 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/9g5gb1zf9s/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Zonda^r 1 Februari 1914 Prijs per nr $ centiemen 10e Jaar, Nr 5 POLDER EN KEMPEN Wekelijksch Nieuws- en Aankondigingsblad Insclirijviiig-spr"ijs ï 25 Centiemen per maand. Voor den vreemde de. verzendingskosten erbij. Men schrijft in bij den uitgever, bij de briefdragers en |p al de postkantoren. Drukker-Uitgevcr ; A, DE BIEVRE BBASSOHAAT An nkondig-j ngen î Vol g ens tarief. Brieven* pakken, enz., franco toesturen. Het recht annoncen en axtikels te weigeren îs voorbehoude» ■„ mm Tweede Blad IDe ontwikkelilîg VH,n de oefening in het fransch spreken, leverl het Vlaamsche Volk ; Die twee jaren studie moesten de vol- I Het is reeds dikwijls bewezen dat de j makinS en de uitbreiding zijn van de op- fransche of verfranschte opvoeding der ! gedane kennissen in de lagere school hoogere standen de verstandelijke ont- j uitbreiding der kennis der moedertaal er likkeling van ons volk tegenhoudt. De j harer letterkunde, der geschiedenis, dei ondtrvinding leert echter dat de gewone , gezondheidsleer en der kinderopvoeding ■nan geen onderscheid weet te maken tus- j enz-> en daarbij het grondig aanleerer ■chen het aanleeren van het fransch zelve, van fransche taak Welnu, men be en het onderwijzen der andere vakken, pa-a-lt er zich bij het programma dei lageri ;b. v. rekenen, door het fransch of in het school, of liever zelfs maar een deel e ■fransch van, te herhalen in het fransch. F De vlaamsche sprekers doen dit ver- >. Ondervraag, hetzij gelijk welk meisje ftchil niet altijd uitschijnen, en zoo komt f na een paar jaren kostschool over al di< ■het dat in de harten der toehoorders der | vakken, zij weet er minder van dan d Bverkende klas, niets overblijft dan de leerlingen der hoogste klas onzer lager ■indruk .» zij zijn er tegen dat wij fransch scholen. ■leeren », wat natuurlijk het gedacht der Het gevolg van die fransche herhalin ■Vlamingen niet is. is tijdverlies, zoo komt het dat aan he 1 Ieder ontwikkelde Belg dient minstens rechtstreeks aanleeren van het fransch t ■de twee landstalen te kennen, maar nu wemi§ tijd en zorg kan besteed worder ■kennen er vele vlaamsche kinderen geen Als zu^e meisjes de kostschool vei ^fenkgle '• laten> kunnen zij enkel wat dagelijksc ■ ,n , , • j , , , , fransch stamelen, van schrijven zonde Vlaamsche kinderen b. v. het rekenen . . . _ 1 _ri . , , , , , i xx j , fouten is er geen spraak. De Vlammger ïlm het fransch aanleeren heeft een dubbel 6 ■r ° , ,, , , , , , -, dus verre van de fransche taal te bekan ■gevolg : Men leert langzamer het ondtr- , , I . , . , , , pen, willen dat men ze beter aanleere da ; âwezen vak zelve en men leert nog siéent r ■fransch op den hoop toe. au'T T , , , , , , ., Het volk begrnpt ook het nut met va I Inderdaad de arme hersens moeten zich b J1 ■ , , i ■ , ,, hoogere vlaamsche studiën. — « Wat ka ■dubbel mspannen ; het kmd zoekt voor- b ■ . , r , , het mil maken, » zegde mil onlangs ee ■eerst de fransche woorden en zinnen, en J ' ° 3 . ■ > , , , , werkman, « dat notarissen, mgenieur ■daarbij moet het de zaak zelve nog ver- ' > & ■ . ,, , ji uji. dokters en advokaten- hunne studiën i ■staan en onthouden ; îedere leeraar houdt ■ , , ■ het vlaamsch of m het fransch doen. » ■zich vooral met het onderwezen vak bezig ■en kan geenszins telkens op iedere min aanzie het als onbetwistbaar dat c ■juiste fransche uitdrukking wijzen. volksklasen deburgerij in het Y\ alenlar Het ideaal der Vlamingen is daarom en in H°llai\d veel meer ontwikkdd M aile vakken van in de lagere school tôt dan *n ^ aanderen. ■ op de universiteit inbegrepen, aanleeren die volkeren slimmer uit natuur ■ in de moedertaal, maar daarbij ook ge- Neen. — Zijn er de meesters verstandigei ■ legenheid aan allen geven om grondig en geloof het niet. Maar de hooge ■ beter dan nu fransch te leeren. standen spreken daar dezelfde taal a Een voorbeeld van verkeerde opvoeding het volk, zijn in die taal opgevoed, « ■vinden wij in vele zusterspensionaten voor 200 komt het dat een gedeelte van hum ■ dekleine burgerij wetenschap, van hunne beschaafdheid : In onze streken is het de gewoonte de taal, handel en wandel tôt in de volk ■ dochters nahet verlaten der lagere school massa indringt. het volk doet zoo gia; ■ twee of hoogstens drie jaar pensionaat te 200 a^s geleerde of rijke menschen doe ■ geven. — Ik zeg het aanstonds, buiten In Vlaanderen spreken de adel en ( ■ de welgemanierdheid die men er leert en hoogere standen een andere taal als h volk. Hoe wilt gij dar: dat het volk g< leerder worde, deftige en beschaafde ta; spreke en zich verfijne in zijne leven wijze ? Zoolang het middelbaar en het hoogi onderwijs niet volkomen vlaamsch zij: zoolang de edelen en de hoogere standc niet in hun privaat leven vlaamsch zi; en keurige taal spreken, zoolang zulk de vlaamsche werklieden niets dan e( i karig loon voor slafelijken arbeid ondergeschikte posten genieten. De Vlaamsche zaak, de herleving vî ons volk gaat langzaam maar zeker, < de edelen zullen ofwel .vlaamsch zijn m I de daad, ofwel hunnen invloed verlieze De tijd is er dat onder geen enk voorwendsel, noch in Kamer — noi ; zelfs in gemeentekiezing, eene stem m; ' : gegund worden aan jonge rijken die ni " volmaakt vlaamsch kennen en hun hu gezin niet op vlaamschen voet hebben i gericht ; van andere personen kan m natuurlijk zulks niet verlangen. ? s Niets doet meer goed aan het hart v t i het volk dan het schouwspel dat e grooten dezer aarde zich innig met '• ! kleinen samensnoeren in eenen liefdeba tôt kunst en taal ; zoo is het zeker dat 7 1 heerlijke feesten in het « Eglantierken r ■ te Hoogstraten veel goeds hebben geda l* [ tôt verheffing onzer moedertaal, ome l~ i daar adel en volk samen was. n Brasschaat. L. ROEVENS 'I fiaaî* den Hleestei ; Pas heeft de klok het uur van vijf a; , : gekondigd, of Toon Goedhart komt d; n ■ send en springend, blazend en puffe ' uit de school thuis. Zoo onverschi ^ : mogelijk werpt hij zijn pet op den k ^ ; stok, geeft zijn moeder een zoen en g . } aan de tafel zitten, om met een paar ! ; me boterhammen zijn hongerige m; i tevreden te stellen. ' ; Nu is het Juffrouw Goedhart's gewoo • { om dagelijks aan haar zoon te vrage e S « Wel ,Toon, is het vandaag goed i gaan ? » en veelal ontvangt ze een gun; 111 | antwoord. ie i Ik zeg veelal, want somtijds gebe n ' het wel, dat Toon het minder plezû ! gehad heeft op de school. l§ ! En dat is ook dezen dag het geval :1' | weest. le | Hij heeft klappen gehad van den mt st j ter. 3- « Wat zeg je daar ? Hebt ge klappen il gehad ? Waar, waarom, wanneer ? » al-s- dus vliegt juffrouw Goedhart plotseling op. ;r « Hier », is het antwoord van Toon, i, en wrijft op zekere gevoelige plaats, n alsof hij nog het stokje er op vôelt neder-n komen, doch zijn vroolijk gelaat geeft :n u duidelijk te kennen dat aile pijn gewe-■n ken is. in « En waarom heeft hij u geslagen ? » « Omdat... » tn « Afijn, het kan me niet schelen. Ik in ben mans genoeg om mijn kinderen zelf et te slaan. Is die vent mal ! Als er te straf-n. fen valt, zal ik het wel doen. » el Juffrouw Goedhart is kwaad, neen woedend. *§ En hàar woede schijnt ze te willen koe-et len op de beeldjes, welke ze juist aan ls~ het afstoffen is, want deze worden zoo 11 ~ hardhandig behandeld, dat ze elk oogen-211 blik hun leven dreigen te verliezen. Zoo'n kwâjongen. Zelf nog te stom in om voor den duivel te dansen. Snot- neus... Toon !! » (k: « Ja, moeder. » nc^ « Morgenochtend gaat ge niet naai ''e school. Ik zal eerst morgenmiddag me1 u meegaan. Ik zal dien aap wel leeren ! : ^ ■ Zoo'n buitenkansje verwacht hebbende , voert Toon in z'n eentje een alleraar ! digsten Indianendans uit, zet zijn pe | op en snelt de deur uit, de straat op. 7 ! De stakkerd had ook nog zoo'n pijn $ m- ; * * ln_ Den volgenden middag, precies hal ,nc| | twee, gaan moeder en zoon op stap [lig de eerste met het voornemen « 't lien ;1p_ ; eens in te peperen », de tweede met eei lat gevoel alsof hij liever niet naar schoc :er- : ging- iag j « En nu laat ge mij niet alleen praten i hoor. Gij doet uw mond maar flink open ; Hoort ge dat ,Toon ! » n . | « Jawel. » ge. j Aan de school gekomen, vraagt vrouv l-jg | Goedhart meester die-en-die te sprekei | en weldra staat de onderwijzer van Tooi urt j voor haar. •rig j (< ^ag juffrouw. » « Dag meester. » Dit zegt ze nauwelijk ge. | hoorbaar. Ziezoo, waar zal ze mee beginner ;es- ! Haar oogen zeggen u dat ze heel wat va: j plan is. m*** ■ iiMflHwiPn a i• iL^weaM«HnnH|mr!i^: \ « Meester », zegt ze, « ik kom eens vra-! gen, . waarom Toon gisteren zoo geslagen is. » , « Dat dacht ik wel. » « Ja, u begrijpt, dat ik als moeder zijnde absoluut niet wil hebben, dat mijn kind geslagen wordt. Dat kan ik zelf wel als het moet. Toon is een beste, goeie jongen en ik zal niet zeggen, dat hij daarom geen kwaad doet, maar hij is een jongen. » « Juffrouw, blijft nu eens kalm, dan... » « Kalm blijven. Ik wil niet hebben dat mijn jongen door u geslagen wordt. En als het weer gebeurt ga ik regelrecht naar de politie. 't Was nu gelukkig niet erg, maar anders had ge met mijn man te doen gekregen, en die had u tôt mos-terd geknepen. Laat het niet weer ge-beuren ». Het toppunt van woede staat voor 's meesters oogen ; deze moet kalm blijven luisteren, want een woord tusschen dat gekakel te brengen is onmogelijk. « Laat u dat genoeg zijn. Toon, ga naai uw plaats. » « Dag jongen. Goed oppassen, hoor », Juffrouw Goedhart vertrekt zondei groeten... * * * > Waarde lezer of lezeres, de bedoelinj van mijn schrijven is, u er eens op t< wijzen, dat het zeer verkeerd is uw kin . deren te beklagen, wanneer ze eens eei welverdiende kastijding hebben gekregei j van hun onderwijzers. Wanneer ge doet als juffrouw Goedhar zult ge het ontzag van uw kinderen jegen * hun opvoeder wegnemen en daardoo > het werk van dezen moeilijker maken 1 Weet toch dat de onderwijzer de plaats 1 vervanger is van u zelven. Hij werk * en zwoegt voor uw kinderen. Hij wil z opleiden tôt brave, godsdienstige men « schen. Hij wil ze maken tôt mannen di eenmaal een hooge sport van den maat schappelijken ladder zullen betreden. El dat doet hij met de liefde van een vade v en moeder. Zijn kasteiding is geen bestraffing, di 1 voortkomt uit wraakzucht, maar die ui plichtbesef voortkomt. Geloof me, een kastijding is meer goei s dan slecht en werkt duizendmaal bete dan honderd regels of schoolblijver Daarmede wil ik niet zeggen, dat kastij 1 ding regel moet zijn, evenmin dat ze moe ontaarden in mishandeling. ■fiuilleton van Polder en Kempen IHet Kind met 't Gouden Halssnoei door Lodawlik Haenen 16 ~ Toen hij eenige boogscheuten van ' kasteel verwijderd was, brak Kingson de: brief open en las : Antwerpen,... 19... Hoogedele mevrouw, I Ik neem de vrijheid deze regelen rechl streeks aan Ued. te richten, in plaat van aan mijn deelgenoot, omdat ik he ! mij ten plicht acht l) het eerst de verheu gende zaken ter kennis te brengen, di | in dit schrijven worden kenbaar gemaakl De toestand van mijnheer de baron i Izoodanig verbeterd dat hij, na enkel dagen volkomen zal hersteld zijn en niet hem nog zal beletten Ued. weer te zien. Van langzamerhand heb ik zijn geheu gen opnieuw doen oritwaken. Nu is h: Inagenoeg van al het gebeurde op de hoog [te. Ik heb hem ook reeds veel verteld ove [het kind met 't gouden halssnoer, enke heb ik verzwegen 't geen hem zou kunne: doen begrijpen welke nauwe banden e tusschen hem en dit lieve wezen bestaar Verlioden nadruk. 1 —i—BPiwi HMiiiii-miuimii 1 l I.™» I i H Hij stelt een zeer groot belang in c geschiedenis van uw kind, mevrouw, e het is roerend om hooren met wat inn: gevoel van medelijden hij spreekt over c , ongelukkige moeder, zonder ook ma; 't minste te vermoeden dat het Ued. die, helaas ! nog altijd het verlies van u lief kind beweent. Ik heb Ued. nog niet gezegd, mevrou\ t met welk brandend ongeduld hij er na; 1 tracht de reis te ondernemen en U& weer te zien. 't Is waarlijk hartverschei rend om zien hoe hij bij ieder mijner b' zoeken in mijne oogen tracht te lezen 1 die gelukkige dag nog niet is aangebrokei Ik heb hem plechtig moeten doen belove s van niet meer te zullen vragen om mogen vertrekken en over de reis nii meer te spreken voor dat ik hem ze 0 zal aankondigen dat het blijde uur di weerziens niet langer zal dienen uitgestel s Zonder die maatregel zou hij waarli; e over niets anders gesproken hebben. Ten einde hem nog niet ongeduldig te maken, heeft de geneesheer hem n( niet gezegd dat hij heel in 't kort h J gasthuis zal mogen verlaten.Dezen morg< echter heeft hi] hem de toelating gegev< r van Ued. morgen te schrijven. Dit hee 1 hem zoo gelukkig gemaakt dat hij g 1 weend heeft van vreugde. r Ik hoop, mevrouw, U binnen een pa dagen den dag van het weerzien te kunm ' bepalen. le I Ik hoop ook, mevrouw, dat mijn vriend n Kingson intusschen het spoor van uw g duurbaar kind zal gevonden hebben. le Gave de hemel dat het geluk weldra on- ir afhankelijk op uw landgoed heerschte en is dat dit geluk bestendig moge wezen ! iv Aanvaard, hoogedele mevrouw, de ver- zekering mijner eerbiedige achting, ir, Uw dienaar, ir Stronghands. i. P. S. — Ik bid Ued., mevrouw, aan 1- Kingson dit blijde n ieuws mede te deelen. ^ Het deed Kingson waarlijk goed aan ^ het hart dat de toestand van den baron zoo in beternis had toegenomen. Dit spoorde hem nog te sterker aan om zoo spoedig mogelijk het gestolen kind terug [I te vinden en alzoo te kunnen bewerken ,s dat de baron, tegelijk met zijne edele j gade, ook zijn kind zou mogen omhelzen. k 't Was dan ook met koortsige haast dat hij voortstapte op den weg, die hem ar naar de gemeente L... zou geleiden. ♦ )g * * ;t Op den avond van den dag dat de ;n hovenier naar L... was gegaan, maakte :n men zich hevig ongerust op het kasteel. ft 't Werd acht uren, negen uren ; 't werd e- middernacht en de hovenier was nog niet weergekeerd. Nochtans, zonder zich te ar haasten kon hij de reis heen en weer op een ;n drijtal uren hebben afgelegd. Rozeken vooral was door dit lang uit- ' Il II IM I II blijven ten hoogste bedroefd. Ook mevrouw liet maar gedurig vragen of de hovenier nog niet was weergekeerd. Tegen den avond was het sterk begin-nen te sneeuwen en binst den nacht had het gevrozen dat het kraakte. Men kan dus denken hoe men ongerust was, wijl men 's anderendaags 's morgens nog niets van den hovenier had vernomen. Hoe men ook om inlichtingen vroeg, hoe men ook zocht om zijn spoor te ont-dekken, sedert dien heeft men den flinken jongen nooit meer teruggezien en nog altijd spreekt men in die streek over de zonderlinge verdwijning van Jef den hovenier. * * * Wat was er dan gebeurd ? Dit zullen wij onze geëerde lezers in de volgende regelen verhalen. Zooals wij reeds gezien hebben, Kingson was met haastige schreden den weg naar L... opgestapt. Toen hij aan de grenzen van dit dorp kwam,vroeg hij aan voorbijgangers of ze hem niet konden wijzen waar Peer Klam-pers woonde. Men wees hem een huizeken aan, waar-van men heel in de verte de witgekalkte muren bespeuren kon. Eenigen tijd later was Kingson het huizeken genaderd en nam het met de meeste aandacht in oogenschouw. Het was een armoedig, doch proper onder- houden gebouw, op de vlakke heide g( legen. Kingson mompelde in zich zelven : — Indien het kind daarbinnen is, z; het waarlijk niet moeilijk zijn om het t te vinden. Op dit oogenblik trad een jonge ma uit het huizeken naar buiten. Kingson b( merkende, naderde hij eenige stappen e vroeg : — Wel, vriend, ge zijt zeker uwen we verloren ? — Ik weet niet, antwoordde Kingsoi of ik mij op den goeden weg bevind, ja ( neen. — Waar moet ge zijn, vriend ? — Bij Peer Klampers. — Kom dan maar binnen, want Pec Klampers dat ben ik. — Men heeft mij dan toch ^niet verlc ren gewezen ; zooveel te beter. Toen ze beiden in het huizeken warei zei Kingson tegen den jongen man : — Peer, ik ben de hovenier van 't kai teelte G... Mevrouw heeft mij naar hi( gezonden om u te laten weten dat miji heer de Baron dood en begraven is. — Ja, ik heb het hooren zeggen, z Peer, maar ik kan niet begrijpen, waaroi mevrouw me dit laat weten. — Wel, antwoordde de hovenier, 't omdat ge lange jaren de vriend gewee ! zijt van den baron. j Peer Klampers stond Kingson vervro i

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brasschaat van 1905 tot 1942.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes