Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad

211 0
02 augustus 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 02 Augustus. Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad. Geraadpleegd op 24 augustus 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/k06ww78056/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Zoodag 2 Augustus 1914 Prijs per nr 3 centiemen 10e Jaar, N* 31 Biivoegsel aan POLDER EN KEMPEN Wekelijksch Nieuws- en Aankondigingsblad Insch.rijving'sprijs : 3,io fr. per jaar. Voor den vreemde de verzendingskosten erbij. Men schrijft in bij den uitgever, bij de briefdragers en 4p al de postkantoren. Drukker-Uitgever : A. DE BIEVRE BEiASSOHAAT Aankondigingen s Volgens tarief. Brieven, pakken, enz , franco toesturen. Het recht annoncen en artikels te weigeren îs voorbehouden Ileder nummer van POLDER EN KEMPEN bestaat ten minste uit 8 BL J±JDZTJ~JDtt1sr Oorlog I De oorlog is dus verklaard ! I Oorlog, een akelig woord dat denken Bfoet aaïi dood en bloed. I Oorlog, een geesel die de volkeren teis-Btert en voor heele landen de jammerlijkste ■cvolgen heeft ! I Oorlog tusschen het machtige Oosten-Bnjk, — met een leger van i millioen Bioo duizend man ; — tegen het kleine •Servie, wiens gevechtssterkte op slechts «o duizend mag gerekend worden. I Men zou waarlijk medelijden hebben ■net het kleine Servie. I Dit zou waar zijn, als Servie een be-Ichaafde natie was.Maar't is een barbaarsch Ivolk, een natie van bandieten, die over ■het goede en het kwade, het recht en het lonrecht een heel ander gedacht hebben Idan \vij en de Oostenrijkers hebben groot l;elijk als zij Belgrado aanklagen als een ■Irandpunt van samenzwering en moorderij. H Oostenrijk eischt terecht dat er eenstreng Bnderzoek geschiede, om te bepalen in Hielke mate zekere Servische ambtenaars I officieren medeplichtig zijn aan den Imoordaanslag van Serajevo. Het wil niet liât dit onderzoek alleen door Servische loverheden, maar ook onder toeziclit van lOostenrijkers gebeure. En hierin heeft lOostenrijk gelijk, want de Serviërs zijn lie trouweloos om het onpartijdig te doen. .1 Zal de Oorlog beperkt blijven tusschen ■Oostenrijk en Servie ? ■ De Europeesche toestand is erg, 't is Izeker ; doch er is nog lioop. Rusland is ■zoo goed niet toegerust als de Fransche Ipers het zou willen doen gelooven. Neen, iRusland is niet bereid voor den oorlog In het zal er tweemaal aan denken voor-lileer er tusschen te komen ; want de liiussen weten wel dat van al de landen Ivan Europa er maar een enkel wezenlijk Igereed is : 't is Duitschland. Duitschland Ikoudt Rusland voor een geduchten kon-Ikurrent op ekonomisch gebied ; Duitsch-land denkt, ten rechte of ten onrechte, liât Rusland een vijandige politiek te Izijnen opzichte voert, en heeft zich voor llk onvoorzien geval voorbereid. Duitschland is thans de sterkstefnatie. Dit land "«"""■■■■■■■■■■■■■■■■■■■MI heeft zich ontzaglijke opofferingen ge-troost, het heeft geld noodig en het zou misschien kunnen zeggen : Gaan wij er op af, vermits men ons een gepaste ge-leeenheid aanbiedt ! En En gel and en Frankrijk ? Men rekene niet te veel op het eerste land. In al zijn politièke berekeningen heeft het altoos zijn eigeri belang in 't oog. Wat Frankrijk betreft, het is voor fiîe-mand een geheim dat de staatshoofden niets meer vreezen dan den oorlog en dat zij bereid zijn ailes te doen om hem te vermijden. * * * En België zou het ook in de verwikkelin-gen kunnen betrokken worden ! Niemand kan dat voorzien. Zells de Franschen en de Duitschers, die zich in geval van bloedigen oorlog dichtbij de Belgische Zuid-Oostelijke grens zouden ontmoeten, weten niet, of kunnen niet weten of zij ja of neen door België zouden trekken. We denken dat geen van lien het voor-nemen heeft ons grondgebied te schenden, maar eens dat men aan het vechten is kan een leger het noodig of nuttig oordeelen langs hier of daar door te breken, hetzij om eenen aftocht te beschermen, hetzij om de overwinning te vergemakkelijken of te verzekeren. In tijd van oorlog, meer dan ooit, maakt men van den nood eene deugd, en men handelt volgens dat de oogenblikkelijke nood gebiedt. Tntusschen meenen wij dat het zooveel mogelijk zou vermeden wordc door België te komen. * * * Zijn er in België maatregelen genomen ? Eenige ja. Er zijn drij militieklassen bin-nengeroepen, die van 1910, 1911 en 1912. Er patroeljeeren gendarmen langsheen de Duitsche grens : 't zijn estafetten die een gebeurlijken inval op ons grondgebied moeten signaleeren. Een telegrafist waakt dag en nacht in den kerktoren van Henri-Chapelle..Ten gevolge van de huidige omstandig-heden zullen er dit jaar geen groote krijgsoefeningen plaats grijpen. |||De militaire maatregelen welke genomen werden, vormen evenwel geen mobilisatie : 't is het leger op versterkten vredesvoet gebracht. Wij zullen aldus ten minste 100.000 wel g_eoefende soldaten onder de wapens hebben. |?Eens dat vier klassen binnen zijn,zou men ook al de andere op^24|uren tijd kunnen onder de wapens brengen. Hoe kan dit zoo snel geschiedcn ? 't Is heel eenvoudig. Aile gemeente-bestureji bezitten een register waarin, per militieklas, de namen geschreven zijn van al de militairen dis kunnen binnen-geroepen worden. De district-bevelhebbers der gendarmen hebben dezelfde registers. Zoodra de Regeering beslist van een of meer klassen binnen te roepen, wordt er telegraphisch bevel gegeven aan de district-bevelhebbers ; deze brengen de bevelen aanstonds over aan al de com-mandanten der gendarmeries, die ze overmaken aan de gemeentebesturen. Alsdan worden de binnenroepingen on-verwijld ten huize gebracht door de veld-wachters en de'politie. Doch waar moeten de binnengeroepen soldaten zich toerusjen ? Aile mannen van de drie binnengeroepen klassen hebben thuis een soldaten-kleeding, die zij aantrekken, ^waarna zij hun uitrusting gaan volledigen in hun gam izoenplaatsen. * * * Het is tôt hiertoe geenszins te voorzien dat onze soldaten te velde zullen moeten trekken. Het vertrouwen in de tractaten is, Goddank, nog geen ijdel woord. Wij gelooven aan de waarborgen der groote Mogendheden.Wij hebben niet minvertrou-wen in ons léger, dat, ve. j ongd en versterkt door de heilzame wet van 1913, in staat is om de onschendbaarheid van ons grondgebied te handhaven, zoodat geen enkel der eventueele belegeraars onze zwakheid zou kunnen inroepen om er het kleinste gedeelte van te bezetten. De Regeering zal haar plicht doen ; zij heeft al de maatregelen genomen, welke »er dienen genomen te worden. Hopen wij dat ons geliefd Vaderland van den geesel des oorlogs gespaard blijve ! WERDA. Oostenrijk = Servie Hoe groot zijn die landen ? Oostenrijk is zoo groot als Frankrijk, Holland en België samen en heeft omtrent 40 millioen in won ers. De hoofd-stad is Weenen met 1 millioen inwo-ners.Servi ë is een klein land ten Zuiden van Oostenrijk gelegen : de Don au vormt de grens. Servië telt bijna 3 millioen inwoners en is anderhalf maal zoo groot als België. Belgrado is de hoofdstad ; zij telt 70.000J. inwoners. Oostenrijk kan 1 millioen 400.000 man te been brengen : Servië beschikt over een leger van 300.000 man. Welke landen doen samen ? Van den eenen kant Oostenrijk, Duitschland en Italie : dit noemt men het drie-voudig verbond (Triple Entente). Van den anderen kant Rusland, Frankrijk en Engeland : dit is de drievoudige ver-standhouding (Triple Alliance;. Zijn de vijandelijkheden al be-gonnen ? Ja, de Oostenrijkers zijn de grens overgetrokken, en hebben Belgrado ge-bombardeerd en bezetten deze stad. Dit wordt door Rusland als een uitda-ging aanzien en de Tsar heeft èen gedeel-telijke mobilisatie bevolen. Dit besluit van de Russen heeft Duitschland aange-zet om insgeiijks zijn leger rneer en meer op voet van oorlog te brengen. Hoe is t in ons land ? Veel menschen maken zich ten onrechte ongerust. Te Charleroi ontstond verleden Don-derdag eene ware paniek. Omdat de post-bedienden op zeker oogenblik geen klein geld bij de hand hadden om bankbrief-jes uit te wisselen., verspreidde zich het valsch gerucht dat de bankbriefjes niet meer geldig waren en de nationale bank werd bijna stormenderhand ingenomen. Onnoodig te zeggen dat zulke onge-rustheden geen de minste reden van be-staan hebben. De oorlog zal in aile geval veel geld doen winnen en verliezen. De koffie slaat af, de granen en de bloem slaan op, enz.. Zij die thans granen in voorraad hebben kunnen dus veel geld winnen. De Regeering heeft verboden de vol-gende producten uit te voeren : Vee, granen, bloem, hooi, stroo, automo-biels en motocycletten, oliën en aile soort van njtuigen. Men weze niet overdreven ongerust. De oorlog zal hoogst waarschijnlijk beperkt blijven in 't Oosten. 't Is zoo al wreed genoeg. In den Balkan-oorlog zijn meer dan 300.0000 menschen gedood en als een mensch ziek is, wat wordt er niet al gedaan voor zijn genezing ! Moesten Duitschland en Frankrijk aan den oorlog deel nemen, wij blijven on-zijdig.Bedriegers verspreiden het valsch gerucht dat de Bankbriefjes weldra niet meer zullen uitbetaald worden.Sommige onnoozele menschen gelooven dit en dan komen die bedriegers de bankbriefjes aan verminderden prijs opkoopen. Men weze dus niet ongerust : voor België is er nog geen gevaar. *** ZATERDAG : De betrekkingen met Duitschland zijn afgebroken. De Belgische treinen mogen de Duitsche grens niet meer over. Dit feit alleen voor-spelt dat wij ons aan het slechtste mogen verwachten. In Duitschland is de staat van oorlog uitgeroepen De binnenroeping van nog negen klassen laat ons toe omtrent 350.000 man marschvaardig te maken. De Minister van Oorlog verklaarde Vrijdag avond dat hij overtuigd is dat ons grondgebied niet zal geschonden worden ; maar wij moeten onzen plicht doen. * * * Vrijdag avond werd de gekende socia-listische afgevaardigde M. Jaurès door een revolverschot gedood. * * * Een officier verzekert ons dat de mobilisatie nu reeds aan Duitschland 10 millioen per dag kost. De kaart van Europa zal ver anderen ,zegt hij. POLDER & KEMPEN MERXEM De Molenlei. -—• Wij wezen eertijds op de gedaanteverandering, welke de voormalige Molenbaan in een korte spanne tijds heeft ondergaan. Prachtige woonhui-zen rezen als bij tooverslag uit den grond op en gaven aan de voorheen nietige straat een mooi aanlokkelijk aanzien. Het hofje voor elk gebouw aangelegd brengt niet weinig bij om dien heerlijken aanblik te verlevendigen. Onderwijzers, ambtenaars en vele bijzonderen verkozen deze straat tôt woonst. Er was enkel eene zaak welke door de bewoners der Molenlei gewenscht werd, namelijk een deugde-lijke kalseiding. Tôt heden toe was de heele kasteiding een steenweg van 2 y2 à 3 m. breedte en voorders zand... In den Gemeenteraad van verleden Woensdag is beslist dat aan dien staat een einde zal gesteld worden : de Molenlei zal be-giftigd worden door een splinternieuwe en algeheele kalseiding. Aan deze zoo nuttige werken zal eerlang de hand ge-slagen worden. De bewoners dezer lei zullen dit nieuws met genoegen en dank vernemen. IÎEUILLETON VAN Polder en Kempen. IN HOOGER KRINQ 1 « Zeker, gravin. Dat zijn woningen voor onze arbeiders en obderhoorigen. Mijn zoon doet veel goed aan die mensphen. Op het oogenblik is hij zelfs van plan, een eigeri ontspanningslokaal voor de fabrieks arbeiders in te laten richten ». [ « Heeft de consul ook een fabriek » ? vroeg de barones. ; « Ja voor breimachines of zoo iets. Hij heeft zelf door verschillende uitvindingen zijn industrie verbeterd. Maar van « tech niekigheid » heb ik geen verstand. Dat Gustaaf zelf u maar eens uitleggen ». «Wanneer verwacht u, dat het jonge Paar terug zal keeren » ? vroeg gravin t « Ach, ik weet 't niet. Kwamen ze Maar spoedig terug. Anders burgeren de fverdorpers zich hier heelemaal in. Denkt " eens in, op de eerste verdieping woont koonmama Everdorp, mevrouw délia Ptaca, één schoonzuster en mevrouw iSebeniet, de andere schoonzuster. De pbeniets vetrekken morgen, maar de 'taliaansche graaf met zijn vrouw en hun twee drukke kinderen, denken er nog niet aan, ons te verlaten, evenmin als de deftige schoonmama. Als nu Gus-taaf en Çecilia spoedig terug kwamen, zouden zij wel weg moeten. Zij wonen eigenlijk in de ontvangstzaal, die Gustaaf heelemaal nieuw wil laten inrichten. Het is voor mij en Frida werkelijk soms wel wat onaangenaam, mevrouw de gravin ». « Dat geloof ik gaaine ,beste mevrouw. Maar waar is toch uw dochter Frida » ? « Die is met de twee bengels v,au délia Rocca een automobiel-tochtje gaan maken. Zij zal wel gauw terug zijn. Maar neemt u toch plaats, dames. Hier om de tafel. De koffie zal dadelijk komen ». « Harmonieert u nog al goed met de Everdorpsche verwanten » ? vroeg de gravin. De oude vrouw schudde haar hoofd « Nee ». a Hoe zoo » ? « Ik zal u dat verklaren, beste gravin want ik geloof dat u een vrouw bent die het leven begrijpt en het hart op d( rechte plaats heeft. Ziet u — ik ber maar de moeder van een rijken zoor en van huis uit tamelijk ontwikkeld. Lezer doe 'k nog al veel, maar helpt mij da1 ook al, om de menschheid beter te ver-staan en mij in de nieuwe ideën en strevingen in te werken, ik kan er niet het vernis van adellijke voornaamheid door krijgen : dat moet van jong ai aangebracht zijn. De school, die ik door-loopen heb, was allerellendigst. Omgang met groote lui ? Ja, ik moest rn'n kinderen groot brengen en zorgen voor de wolzaak. En toen ik zorgeloos kon gaan leven en Gustaaf z'n schaapjes op 't droge had, toen was ik te oud en te stijf ge-worden. De elastikiteit, mevrouw de gravin, wordt iemand op z'n ouwe jaren I zoo maar niet ingestort. Toen wij nu de voorname Everdorpen bij onze familie anneskeerden, ja, lieve hemel, toen be-merkte de aristokraterische familie ai heel gauw dat Gustaaf Ballinger we. een paar prachtige salongs, maar geen salongsmoeder had. De Everdorpen weter heel goed den weg tôt Gustaaf's brandkast de autermobiel en de ekiepaassie zijr natuurlijk ter hunrier beschikking er zoo'n prachtig park, met ailes wat daar : aan vast is, is een soort van gastvri familiehotel voor hen. Alleen die oud< mevrouw Ballinger is hun een doori 1 in 't oog. Vergiftigen dat gaat niet — niet waar ? — en meedoen en meepratei mag ze toch ook niet. Begrijpt u ni goed mijn toestand, mevrouw de gravin » : « Ik geloof, dat ik ze zeer goed begrijp lieve mevrouw. U bent echter verstandi§ en wereldwijs genoeg om uw positie te handhaven. Bovendien staat toch uw zoon ook nog achter u ». « Achter mij. Zegt u dat wel. Maai wie staat achter Gustaaf en klopt lierr op de schouders en stoot hem in de ribben. Vooreerst haar excellentie de oude Mevrouw Everdorp, dan Cecilia dan Gertrude met haar man, en de kinderen en dan Henriette met haar man » « U ziet de zaken te donker in » wierp de barones in 't middpn, die aile: zeer korniek vond. « Weet u, mevrouw de barones, hoc dikwijls de oude mevrouw Everdorj reeds verhuisd is, sinds zij bij ons inwoont i Vijfmaal. Eerst sliep zij in de grooti logeerkamer boven op de tweede ver dieping. Maar die kamer had een balkoi 1 en de goede ziel was warempel bang dat men haar stelen zou. Toen kree; i zij de andere logeerkamer, die uitzie ; op de Parklaan. Daar werd zij gestoori i door het getingel van den tram en 's mor ; gens van de stadsreinigingsbel. Toei 1 gaf ik haar mijn achterkamer. Maa 1 daar was te veel middagzon. Toen werd Gustaaf's natuurkundig kabinet ontruimd en mevrouw kwam te slapen waar op-gezette apen en slangei> gestaan hadden. Maar daar rook het naar het goedje, wat gebruikt wordt, om die opgezette beesten voor bederf te vrijwaren. Vandaag — juist voor dat u kwam — is zij in de eetzaal getrokken. Daar staat haar bed, omdat wij toch den schoorsteenmantel en het marmeren buffer niet er uit slepen kunnen, midden onder den kristallen kroonluchter, dien Gustaaf verleden jaar op een verkoop op het kasteel Rudendorf gekocht heeft. Als ze nu wil, kan ze met twee-en-zestig gloeilampjes naar bed gaan. Wat Gustaaf daarvan zegt, als hij : thuis komt, zal mij wel benieuwen .» • « Schrijft u dan uw zoon niet over dat ailes ? » vroeg de gravin. ; « Zal ik hem met zijn schoonmoeder komen lastig vallen tijdens zijn witte 1 broodsweken. Nee, daarvoor heb ik , hem te lief. Maar daar is onze koffie. ; Laten we nu de oude schoonmama maar t rusten ». 1 De bediende dekte de tafel en bracht de koffie in de verandah. Mevrouw 1 Ballinger zag hem aan : « Zooveel kop-r jes Johan » ? Wij zijn maar met drie personen ? » ('t Vervolgt).

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Polder en Kempen: wekelijksch nieuws- en aankondigingsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brasschaat van 1905 tot 1942.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes