Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

362 0
24 oktober 1918
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 24 Oktober. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Geraadpleegd op 17 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/8s4jm2445m/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

SYNDIKAAL MEDEDEELINGSBLAD Orgaan van den Antwerpsehen Diamantbewerkers Bond en der Federatie van Vakbonden De redaktie behoudt zich voor, ingezonden VERSCHIJNT BU GELEGENHE1D Redak"e en Adminislralie : stukken al o{ nict te plaatscn Plaritijnlci ^West, 66, Antwerpen ONZE BELGISCHE DIAMANTNIJVERHEID De "Diamasitclub" Over enkele weken reeds hadden wij het genoegen hier met een paar woorden te gewagen over den heropbouw der het vorige jaar gedeeltelijk vernielde «Diamantclub". Die werken zijn nu voltooid, en op Zater-dag aanstaande zal de « Beurszaal » weder officieel ter beschikking gesteld worde». Het is voor ons, voor onze geheele nijver-lieid hier, geen gewoon iets, geen gewone inhuldiging van een hernieuwd lokaal. Er zit veel meer aan verbonden. Die «Diamantclub» immers was niet alleen de werkelijke stevige kern onzer Antwerp-sche, onzer Belgische Diamantnijverheid, zij was er, om zoo te zeggen, het symbool van. Het is eigenlijk vandaar uit dat den triomf-tocht onzer nijverheid begon en geleid werd. Dat deze opgevoerd werd tôt boven hare •grootste concurrenten uit. De geschiedenis der « Oude Club » is dan ook vereenzelvigd met deze onzer nijverbeid zelve. Zij begonnen samen, klein en nederig. Zij brachtenhetbeiden en datin eenebetrek-kelijke kortetijdsruimte, tôt den grootsten omvang in hun genre. Met hun vier-en-tachtig waren zij, de koop-lieden, fabrikanten en makelaars welke ten jare 1886, in het lokaal « Flora « den nederi-gen grondslag legden van wat nu, in de Diamantnijverheid, de grootste instelling ter wereld is. Spoedig toonde zich echter het begin der groote groeikraclit en werd doorde stichters ook begrepen dat zulke instellingen zich niet op algemeen terrein naar behooren ontwik-kelen kunnen, maar een eigen tehuis behoe-ven.In October van ditzelfde jaar vestigde de « Diamantclub « zich dan ook alreedsjn den eigendom der4 Simonsstraat, welke echter niet lang tegen de zich in toenemende mate openbarendegroeikrachtbestand was. Waar-op in 1889, de' reeds uit twee honderd leden bestaande « Club « naar het gekende lokaal der Quinten Matsijslei overgebracht werd.' menschen, dit komende bloeitijdperk voor een groot gedeelte naar onze Scheldestad af te leiden. De Antwerpsche diamantnijverheid begon, in den wedloop naar het beheerschen der wereldmarkt, zelfs trapsgewijze terrein te winnen op den, zoo verre vooropstaanden, grooteren concurrent Amsterdam. En middelerwijl de zakenmenschen ruste-loos nieuwe uitvoerwegen zochten, zich im-mer dieper te Londen in de ruwmarkt dron-gen, middelerwijl streefde het Bestuur der " Diamantclub " waar den hartslag onzer nijverheid klopte, onvermoeid naar de zich immer opnieuw opdringendeuitbreiding der beschikbare lokaliteiten. Zoo onverhoopt overweldigend was de opbloei onzer nijverheid geweest, dat het groote lokaal der Quinten Metzijslei niet alleen spoedig te klein bleek, maar tevens ingezien werd dat wel geen enkele bestaande localiteit te Antwerpen het noodige bieden kon. • Van daar tôt het besluit een eigen lokaal te bouwen, zich geheel aan de toestanden en eischen aanpassende, was maar een sfcap. En zoo werd dan, in 1893, toen het ledental reeds tôt vijfhonderd gestegen was, de Naamlooze Maatschappij « Diamantclub van Antwerpen » gesticht. Terwijl voor den rus-tel«ozen ijver waarmede men doorwerkte wel de beste getuigenis afgelegd werd door het feit : dat reeds in het volgende jaar, door onzen onvergetelijken burgemeester, Jan Van Rijswijck, de nieuw gebouwde lokalen in de Pelikaanstraat ingehuldigd werden. Dien ecrsten blijk van sympathie door een overheidspersoon, vond een paar maanden later een vervolg in het bezoek van den lieer Minister De Bruyn. •En middelerwijl steeg het aanzien der « Diamantclub » ook in het buitenland, waar zij toen reeds als de eerste in liaar genre begon bekend te worden. Toen, in de jaren 1900, het ledental reeds de zeven honderd bereikt had was dan ook het aantal vreemde zakenmenschen die de lokalen bezochten tôt zoowat zes duizend gestegen. • Met het oog op die verbazende toeneming De BEURSZAAL voor de ramp Dat was zoo omstreeks het tijdvak dat zich in Londen, de gevolgrijke machinaties in zake concentratie der ruwproduktie af-speelden. Het was om zoo te zeggen het begin van het keerpunt in de algemeene diamantnijverheid, welkezich met steeds groo-ter 9chreden naar het teeken van hoogen bloei spoede. Bijgestaan door het Poolsche element, dat zich hier toenmaals reeds en in stijgende mate, begon te doen gelden, reeds als eene soort voorproef gai' toen van de overweldi-gende roi welke het hier in onze nijverheid spelen zou,wistden ondernemingsgeest, den voor niets ommegaanden durf onzer zaken- en daarbij het vooruitziende, doortastende dat hetClub-Bestuur immer kenmerkte, moet het dan ook geene verwondering wekken dat slechts vijf jaren daarna reeds tôt de ver-grooting der lokaliteiten werd overgegaan. Terwijl te gelijkertijd de eerste « Safe Depo-sit » ingericht werd. Eene vergrooting welke niet lang voldoen kon. Waarom d'an ook, in 1911, onverwijld detweede vergrooting door-gezet werd, waardoor, buiten de beurszalen, op de verdiepingen 65 bureelen ter beschikking werden gesteld en in de «SafeDeposit» 1400 brandkasten. En immer nog ging het crescendo met de « Diamantclub ». Tôt in 1914, het jaar der De Nieuwe BEURSZAAL oorlogsverdwazing, het ledental de elf hon- | honderd vijftig en het aantal toegangskaarten voor vreemde diamantairs de zeventien-dui- zend bereikt hadden. * * * Het stuk werk waarvan wij hierboven met onze onvermogende pen een klein over-zicht trachten te geven, getuigd ontegenzeg-lijk van durf, vooruitzicht en taaie doorzet-tingskracht.Maar het is toch nog meer een deel, wij durven zelfs zeggen niet het grootste deel van wat eigenlijk tôt stand werd gebracht. Het daarstellen van centrale gebouwen, waar de zakenmenschen letterlijk ailes vin-den wat zij behoeven, waar hun geheele zakenleven zich bewegen en uiten kan, waar hun initiatief zich kan toetsen en steunen aan dit hunner collegas, hunnen durf zich versterken aan den durf van anderen, aan de verkregen resultaten zoo iets schep- pen is onbetwistbaar iets van zeer verstrek-lcende beteekenis. Maar eene nijverheid heeft nog wat meer noodig- dan eene gelegenheid om zich te vestigen en te ontwikkelen. Er moet eene regeling zijn, juist getroffen, toepasselijk aan de toestanden en met ijzeren hand ge-handhaafd, eene regeling van dewelke eene strenge tucht uitgaat, eene tucht welke ver-trouwen inboezeind. Want het is toch alleen op vertrouwen dat eene nijverheid groeien en groot worden kan. En zeker geld zooiets voor de diamantnijverheid hier, waar om zoo te zeggen ailes op het woord gebeurd, zaken van enorme beteekenis afgedaan worden, zonder dat maar eene ietter op papier gezet wordt. Dat werd door de stichters der « Diamantclub » dan ook van eerstaf en immer door-loopend begrepen. Van af de eerste dagen werden dan ook «Scheidsrechterlijke Kamers» ingesteld, met de absolute volmacht aile voorkomende ge-scliillen te arbitreeren. Bij het aanvaarden van het lidmaatschap namen hunnerzijds de leden de verplichting op zich, zich onvoor-waardelijk aan de uitspraak daarvan te on-derwerpen.In hoeverre die " Scheidsrechterlijke Ka-mers ,, de hun toebedeelde roi gespeeld, het noodige vertrouwen uitgestraald hebben, onmisbaar voor den geweldigen groei blijkt alleen al daaruitdat in de verloopen tijds-ruimte van dertig jaren, slechts eene zaak voor de gewone rechtbank beslist werd. * * * Het vorige jaar werd zooals men weet, een groot gedeelte van het reusachtige ge-bouw der " Diamantclub ,, vernield tôt den grond. Een brand, welke een paar dagen woedde, voltooide de ramp. Zaterdag aanstaande 26 October worden echter de hernieawde gebouwen reeds ingehuldigd. Ook nu weer heeft den durf, de gewone ontembare energie, welke steeds het over- | heerschende kenmerk onzer nijverheid hier was, aile binderpalen ter zij de geworpen of overwonnen. Het Club-Bestuur begreep dat het nu geen tijd was om te kniezen, te talmen, om te wachten tôt andere tijderi meer bewegings-vrijheid, goedkoopere materialen leveren konden. De Belgische Diamantnijverheid heeft veel geleden door den oorlogstoestand, hare toekomst wordt fel bedreigd. En op zulke momenten is er geene sprake van uit-stel, mag niets verzuimd worden om klaar te zijn wanneer weer den gezichteinder der nijverheid zich verhelderen en verruimen zal. In de plaats van dus met jammeren den kostbarentijd te vermorsen, werd onverwijld en met het gewone vooruitzicht de hand aan het werk geslagen. En zoo komt het dat, enkele maanden slechts na de ramp, de groote Beurszaal weer ter beschikking gesteld wordt mooier, ruimer en doelmatiger dan zij het ooit was, zooals door bijgaande photo's wel aange-toond wordt. Moge zij het symbool wezen onzer nijverheid in haar geheel. Moge ook deze zich in eene korte spanne tijds na deze jammer-periode, zich weer heroprichten zooals de «Oude Club», en nog schitterender dan voor-heen haar gezag en invloed herwinnen en en vestigen op de wereldmarkt;— Dat is onzen oprechten, onzen hartewensch, welke wij tegelijkertijd met onze wenschen van heil, het Club-bestuur overmaken. L. Van Berckelaer. Uetâ JuMleims, Op Zaterdag 26 October aanstaande wordt het hernieuwde Club-gebouw ingehuldigd en den volgenden dag feest men den Heer Willem Van Rijswijck, sinds vijf-en-twintig jaren dan Secretaris en Bestuurder der Diamantclub.Vijf-en-twintig voile jaren, bijna de lielft van een menschenleven, heeft den heer Van Rijswijck al wat hij bezat aan energie en kennissen ten dienste der Diamantclub gesteld. En dat dan in een tijd waarin het eigenlijke ontwikkelingstijdperk onzer nijverheid viel, waaraan deze instelling zich noodzakelijkerwijze gestadig aanpassen moest. Hij was er de werkelijke ziel, de stuw-kracht van. Dit kunnen wij hier gerust zeggen, zonder gevaar te loopen iemand te kwetsen. En wanneer men de hiervoren-gaande te beknopte, gansch niet volledige geschiedenis der ontwikkeling en grootwor-ding dier voor onze nijverheid zoo belang-rijke instelling, doorzien heeft, kan men er zich een klein gedacht van vormen, wat eigenlijk het stuk werk is, door dien man, in dit kwart eeuw gepresteerd. Vooral voor wat betreft de « Scheidsrechterlijke Kamers » was het ijveren van den Heer Van Rijswijck van zeer groote betee- DONDERDAG 24 October 1918 4"' JAARGANG n' 5

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes