Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen

315 0
21 december 1918
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 21 December. Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen. Geraadpleegd op 16 juni 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/qv3bz6252p/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Orgaan van den Antwerpsehen Diamantbewerkers Bond en der Federatie van Vakbonden De redaktie behoudt zich voor, ingezoncien stukkert al o{ niet îe piaatsen Ii«.r .T-I...--»». ... .■■■— ■■ ■»» VERSCHIJNT BU GELEGENHEÎD Redakîie en Administratie ■ Planîijniei West, 66, Aniwerpen Een woord van afscheid Daar dit nummer van ons Syndikaal Mededee-lingsblad het laatste is, doordat met het terug-keeren van den vrede, de roi van ons gelegen-heidsblad is uitgespeeld, zal het nu wel het oogenblik zijn eens een woord te zeggen over die roi. Waarom nameiijk ons blad uitgegeven werd ; hoe het de voorbestemde roi vervulde. Het beginstadium van den oorlog kenteekende zich bijzonder door het ordewoord « godsvrede ». Dat was eene uitvinding derhooge burgerij ; der reactionaire regeeringskringen. Het vaderland was in gevaar. Dus moestenalle krachten verzameld worden. En om dit laatste mogelijk te maken moesten allé politieke geschil-len ter zijde gezet. Elk zou gelijkberechtigd zijn, in gelijke mate behandeld worden. Dat was de « godsvrede ». Ten minstezoo had het moeten zijn. De werklieden, gewoonlijk ter goeder trouw en in wier middens en boezems grootendeels de ware, de onbaatzuchtigevaderlandsliefde huist... de werklieden liepen er weer eens in. Hunne vakbladen waren weggevallen bij de algemeene werkeloosheid welke het begin van den oorlog kenteekende. Het politieke arbeiders-blad « De Volksgazet » weigerde van eerst aî onder de censuur van den bezetter te verschijnen. Maar onze werkersgroepeeringen zagen daarin geen kwaad. Het was immers « godsvrede ». Er waren toch geene onderlinge geschillen. Er waren niets als Belgen, welke voor plicht hadden elkaar het leven hier zoo dragelijk mogelijk te maken.... middelerwijl die andere Belgen, ginds verre op dat kleine, nog vrije stukje van ons land, hun bloed en leven als inzet gaven voor ons aller be-vrijding.Het was dus niet meer dan billijk dat hierallen enkel voor elkaar leefden en zorgden...... die an- deren van ons volk ginds waagdsn en oiferden i mmers ook ailes voor allen. Nog eens zoo had het moeten zijn, dan hadde ons kleine landeken zekerlijk geheel en al een parel geleken in het oog der buitenwereld; een ievecd voorbeeld van burgermoed, burgerdeugd en solidariteit. Maar het was zoo niet. Ongeiukkigiijk zoo niet. Heelemaal anderszelfs. Want terwijl ginds het Belgische bloed vloeide voor ALLEN hier, werd hier door sommigen op de domste, op de ergerlijkste, op de schande-lijkste wijze misbruik gemaakt van den oorlogs-toestand... tegen hunne medeburgers... door Belgen tegen Belgen... tegen de vrouwen en kinderen, de vaders en moeders dergenen die ginds op dit kleine deeltje nog vrije België, vochten en stierven voor ALLEN hier... ook voor de verdrukkers ook voor de uitbuiters van hun gezin, van wat hen het liefste was. Den bezitter en den burgerlijken politieker, zij faeiden, uiteenzelfde deeg gekneed, zij kunnen' de droevige, de rouwpluim opsteken, voor wat benevens de heldhaftigheid in de geschiedenis zal geboekt worden als de schande van een volk. Men begon al met een zekeren tijd de onge-lukkige welke ailes tôt zelfs den broodwinner, verloren hadden, den hen toekomehden steun te onthouden. Terwijl daar waar gesteund werd dit niet ge-beurde als een recht voor dezen die leden voor hun land, maar in de smadelijkste voorwaaiden, als eene aalmoes. Adellijken, bezitters en priesters hadden zich van de ' steuncomiteiten, van 's lands gelden meester gemaakt en wee hem welke niet bukte voor hen en hunne vertegenwoordigers ; wee hem op den buiten welke niet ter kerke ging. Zoo begrepen die den « godsvrede ». En middelerwijl ditdeel onzer.... vaderlanders, alzoo den « godsvrede » in toepassing bracht, middelerwijl persten groote en kleine eigenaars, huisjesmelkers en rentegevers, een deel hunner lijdende medeburgers het laatste af.... werden een deel inboedels, kleine eigendommetjes.... de vrucht van een geheel leven van werken en zor-gen.... werd dit onmeedoogend op de Vrijdag-markt onder den hamer gebracht. Dat was hun « godsvrede ». En de rechters, stijf en plechtstatig, geheel hun verstand en begrip der toestanden in hun « wet-boek » besloten.... de rechters zagen niet de bloed en vuurwolk waarin Europa zich wentelde, waarin zoovele volkeren worsfelden om hun bestaan, hunne toekomst, zagen niet de ellende, de heb-zucht, het omzichheerjgrijpende onrecht.... zij zagen hun «welboek». Zij hooiden van dit ailes niets, hoorden enkel wat men hen vroeger ge-leerd, ingetrapt had : « huishuur, rente moet be-taald worden ». En de rechters veroordeelden. Zoo verstonden zij de « godsvrede ». En of ze jaloersch waren op de mooie vocr-beelden van boven af gegeven, of ze hun deel wilden van de lauweren op ons lijdende, dege-nereerende, kreveerende volk gewonnen... be-gonnen oude en nieuwe handelaars, welke dien naam onteerd hebben voor immer, begonnen vaderlandslievende, Godvreezecde boeren onder Godsoog,datvanallehunne kamcrwnnden op hen nederziet, de prijzen der eerste levensbenoodigd-heden schandelijk op te jagen cf... die aan den vijand te verkwanselen. Zoo brachten dezen de « Godsvrede » in toepassing.En de arbeiders verhongerden ; de kleine bur-gers werden naar de iuïne gevoeid; den bezitter exploiteerde die toestanden cm met hooge loonen en extra-rantsocnen werkkrachten te werven. Maar de zoo hcogstaande leidende standen, zagen dat niet, begrepen dat niet, zij zagen hun «wetboek»; hunne kerk... zij zagen de marken, die naargelang zij zich ophoopten, hunne heb-zucht, hunne heeischzucht nog stijgen deden. Toen riepen wij eenigen onzer flinkste kamera-den bijeen. Wij begiepen dat verontweerdiging en tandenkrarsen geen baat brengen kon. Wij stichten ons «Inlichtingsbureel» eene ver-zameling van nog aanwezige politieke en vakver-eenigingsmannen. En wij gaven ons « Syndikaal Mededeelingsblad » uit. Zoo begonnen wij den strijd. Eenen strijd tegen overmachiige, aan zelfoverschatting, kort-zichtigheid, maar vooral aan onverzadelijken heersch en hebzucht lijdende tegenstanders, waarvan ons volk de dupe was, den bezetter voordeeel trok. Hoe ons blad dien 'strijd gevoerd heefi, soms wel heftig, maar met eerlijke middelen en buiten aile persoonlijkheden, kunnen zij best getuigen die hem volgden. Getuigen eveneens de verbe-terde toestanden : de menschelijkere behande-ling; vertegenwoordiging in sommige komiteiten; omschreven recht op steuii ; het inrichten van schoolmaaltijden ; woningkomiteiten en meer nog dat zich op ons programma bevond. En als een eereteeken uit dien kam'p draagt het mede, de veroordeeling door onze rechters, tôt schadevergoeding en boete, omdat wij een tyris-eigenaar, welke een gezin met tien kinderen waarvan de vader liever verhongerde dan voor den bezetter te werken, op de straat zette — omdat wij zoo'n heerschap «^een slechte vader-lander » genoemd hadden. De roi van ons S. M. is nu uitgespeeld. Den A. D. B. geeft eerlang weer zijn « Diamantbewer- , ker », andere bonden eveneens hunne vroegere organen uit. Terwijl de « Volksgazet » weer van af het verdwijnen der censuur van den bezetter, zijn taak heeft hernomen. Maar toch zullen velen welke ons gelegenheids-blad geliefd was geworden als een oprechte dap-pere strijder voor hunne zaak, het noode missen, het nog lang betreuren. Maar als regel moet nu eenmaal gelden : maat-regelen volgens de toestanden. L. V. B. VOOR ONZE SOLDATEN Eene pleidoôi Wat een zeer groot misnoegen verwekt onder onze militairen is wel de moeilijkheid om een congé te bekomen. Wat kan daar nu toch tegen ingevoerd worden ? Men zit overladen met soldaten. Gevaar voor een inval bestaat er niet meer. Waarom dan toeh die jongens, welke nu meer dan vier jaren het genoegen van den huiselijken aard voor het verbeesténde soldatenleven ruilen moesten.... waarom die nu niet in de gelegenheid gesteld af en toe eens eenige dagen bij de vrouw, en kinderen of ouders door te brengen ? Zelfs in de armste gezinnen zou, wanneer dat nu eens goed aangepakt werd, wanneer bij voorbeeld in die verlofdagen eten en solde doorliep, zoo iets geen letsel bijbrengen, in tegen deel. En hoe gemakkelijk ware het toch niet te regelen zoo een verlofganger voor die dagen bons voor brood en zijne rantsoenen inge-maakt vleesch mede te geven. Men moet nu weer niet met « de onkosten daarvan » afkomen, want eerstens heeft men nu bijna vier en lialf jaren op geene kosten gezien, maar wat meer is zoo iets brengtgeene verhooging van onkosten bij, want als de jongens geen congé krijgen moeten zij toch ook gevoed en betaald worden. Congé dus ! Onze jongens in de gelegenheid gesteld zich terug aan het huiselijke leven te wennen. Iets dat wel leiden kan dater wat spécial® aandacht aan geschonken wordt, want die vier vreeselijke jaren in aile weer en wind, met dag en nacht de dood voor oogen, hebben de beste onzer jongens toch eene zekere ruwheid bij gebracht. « * * Het « demobiliseerén « is een niet zoo gemakkelijk op te lossen vraagstuk. Hierbij speelt de kwestie van den voor-handen zijnden arbeid natuurlijk eenen over-wegenden roi. Massas soldaten naar huis zenden waar voor de meesten geen werk, dus geen eten, geen kleeren zelfs voorhanden zijn, zou in een aanmerkelijk deel gezinnen eerder een ongeluk dan geluk beteekenen. Er is daar echter toch ook wel wat in te doen. Ontegenzeggelijk zijn er immers een deel jongens welke wel werk vinden kunnen; die zelfs hunne vroegere taak hernemen kunnen.Die zou men al een onbepaald'verlof kunnen toestaan. Dat was immers voor dezen en hun gezin eeneweldaad. Eerstens al door het daaruit voortvloeiende inkomen..En verder doordat de jongens in kwestie, uit het ailes behalve verheffende soldatenleven weggehaald werden en in staat gesteld er zich op toe te leg-gen hunne vroegere vakroutine te herkrij-gen.En ten slotte zou zullc een maatregel voor den Staat ook zuivere winst beteekenen. Want diegene welke op zulk eene wijze in verlof zouden gaan, moesten natuurlijk niet meer onderhouden worden. Dat beteekent dus vermindering van uit-gaven voor den staat, stoffelijke en zedelijke verbetering voor de betrokken gezinnen. Algeheele winst dus. 4 # * * En nu wij van het terug naar huis gaan onzer soldaten spreken..., Wat is onze regeering zinnens onze jongens mede te geven als ze ontslagen worden? In de andere ententestaten zal elk wat mee krijgen. In Frankrijk nameiijk is alreeds spraak van drie duizend franken per man. Engeland en de Vereenigde Staten zullen natuurlijk daarin niet ten achter blijven. En wat voor onze jongens ? Die zouden natuurlijk meer moeten hebben dan do andere. Want t'huis komende vindt de overgroote meerderheid* van hen letterlijk niets meer. In de landen achter het front bleven le-vensmiddelen, kleederen enz. steeds aan re-delijke prijzen verkrijgbaar. Daarbij was daar heel veel geld te verdic-nen. Vrouwen zelfs die twintig franken PER DAG verdienden waren geene uitzondering. En de mannen over 't algemeen meer. Hier was dit anders. Partikuliere patroons; gemeentebesturen; Comiteiten enz. hebben hunne werklieden en bedienden letterlijk aan hongerloonen laten werken. Boeren en woekeraars anderzijds dreven de prijzen van eten en kleederen tôt in het fabelachtige omhoog. Om fatsoenlijk op de straat te kunnen ko-men heeft men in de gezinnen van werklieden en kleine burgers tôt zelfs de kleeren hunner jongens, die bij het leger waren, moeten verkoopen of dragen. Vrouwen van militairen zagen zich zelfs verplicht hunne meubelen te verkoopen om hunne kleinen en zichzelve voor totale inzinkingte vrijwa-ren.Vele, zeer vele onzer soldaten komen dus in een ontredderd gezin, met bijna kale muren, leege kleerkast en... schulden, Dat is toch oorlogsschade natuurlijk. Oor-logsschade van zoo'n beteekenis, van zoo'n dringenden aard als welke vernielde of leeggehaalde fabriek ook. Wij durven zeggen van nog grootere beteekenis zelfs. Want fabrikanten, eigenaars enz. van wier machienen,matière-première enz.is vernield of aangeslagen, zijn over 't algemeen ver-mogende menschen.Het verlies is natuurlijk erg.Want in do plaatsvan vier jaren winsten hebben zij nog schade. Maar die soldaten, de meerderheid onzer soldaten, hebben hetgene zij hadden totaal zien verdwijnen. Zeer velen hunner kunnen zeli's hun soldatenpak niet meer uitlaten om reden dat dit hunne geheele kléerkas ver-tegen woord igt. Terwijl het met vrouw en kinderen nog erger gesteld is. W aarbij dan niet uit het oog mag verloren worden, dat het toch voor een groot deel juist aan die soldaten te danken is dat het vernielde en weggehaalde van rijke men-schen fabrikanten enz, aan dezen zal kunnen vergoed worden. Want onze soldaten toch dankt men het dat de vijand verslagen werd en.... kon verplicht worden vergoeding te betalen, voor wat vernield en weg is. Het zou dus wel hoogst onrechtveerdig zijn als zij die niet alleen hunne bezittingen, hoe klein dan ook. maar zelfs hun leven en gezondheid op het spel zetten, voor aile de anderen mede, dat zij zeg ik geene billijke vergoeding ontvingen bij hun naar huis gaan, Dat onze regeering dus nu maar eens de gewone, spxeekwoordelijke Belgische kren-terighèid afschud. Eene flinke vergoeding, met kleedirig en herstel van wat verloren werd, dit moet het deel zijn van den soldaat in de oorlogschadevergoeding. Met minder mag een soldaat niet naar huis gezonden worden. Daarvoor moet het eerste geld gebruikt worden.... omdat het een eerste recht daar-stelt ook. Want ik herhaal: fabrikanten, handelaars, eigenaars enz. verloren een deel van hun bezit, Maar de meeste soldaten verloren ailes.... terwijl zij daarbij nog hun leven waagden voor de anderen mede.... zoodoende voor dezen de vergoeding voor schade ver-dienden.Dat men dat niet uit het oog verlieze. L. V. B. Toename der Oriminaliteit ? Dagelijks krijgt men in de dagbkden mede-deelingen, over het aanhouden vain personen, die in het bezit bevonden zijn van voonwer-pen en waren, voortkomeinde van de plunde-ring der Duitsche dépôts, kort voor en nà het wegfcrekken der bezetting. Het zijn meestal kleine hoeveelheden, die aangeslagen worden. Met het oog op de enoime hoeveellheden, die geplunderdl en ook door de Duitsohsrs zelve verkocht zijn, kJiiinkt het zelfs belachelijk, als wij hooren van enkele kaarzen, een paar dbosjes vleesch enz., die door dein arm van het gerecht achterhaatd zijn. Toch sdhrooxnt men niet, de betrokkene per- ZATERDAG 21 December 1918 4de JAARGANG nr 7

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Syndikaal mededeelingsblad: van de Algemeene Federatie der Vakbonden van Antwerpen behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes