Vooruit: socialistisch dagblad

557 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 07 Juni. Vooruit: socialistisch dagblad. Geraadpleegd op 16 juli 2019, op https://hetarchief.be/nl/pid/js9h41kt12/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Drakster-Uttgeefete* K«m: Maatschappij H ET UCHT bestuttrdcr » P. DC VISCH. Lcdcberg-Ocnt . REDACTiE . . IDMIN1STRAT1E îiOOGPOORT, 29. CENT ABONNEMENTSPRIJS BELGIE Orie maanden. . . , . t». 3.2$ Zes maanden . . * , . fr. 6.50 Een jaar....... fr. 12.50 Mco abonneert zlcfl op aile postborcclca DEN VREEMDE Diic maanden tdsgelijka vcrzéncieo). » . . • « lu 8*fô Orgaan de?3 Belgisohe WepkHed@mady.-~~ VersGhj/rwnde afk dagen. De poezie der Zee Woepslraolsi gehouden in « ©sis HuSs » slsoo* d@sa &a@©s» si® Wos, ©js ûondeyiag? 3 Jszm Mijne goede vriendinnea ea vrienden De zee! Wat klinkt de naam zee groot! De oneiadige, eeuwige en schooae zee. De maasch vôôr zee, vergaat in het aie-oige. Het is alsof de wateren hem versioa-den eu meêsleurden in den kolk der ver-getelheid.De zee in hare woede, de zee ia hare kalmte, is en blyft het grootsche, het god-dalijk schoone. De tnensch bij zee is toca zoo klein, zoo vuil. De gronj der aarde, bezoedeld door wat menschelijk-dierlijk is, staat tegenover de maagdelijke schoonheid der oceanea als iets vol zonde. Ik min de zee, die rein is, waar nooit een menschengeest de moasters bedacht. die van onzea aardschea bodem het laag-be-lachelijke maken, het éenige wellicht in -ist heelal. Ge kent de zee langs de kust ; ge kent ze, als ge Staat aan het straad, ea aan uw voe-ten de baren ziet rollen en boven uw hooEd den breeden hemel ziet blauwen. Ce kent de zes ia stormea en zacht weêr; ge weet hoe de aacht over de duinea valt, geboren als uit het water dat strekt heel wijd. Maar 1 kent ge ze verre vaa laad, verre van aile aardsehe leven? Keat ge ze, waar ge slechts water ziet en lucht, waar ge de boot vergeet die u draagt ? Te vergeefs zoekt ge naar de kust, on alleen een licht-blauwe lijn te ontwarea, waar de hemel en het water malk&nder raken, rond-om-rond. Ze is zoo groot daar, die mooie zee ! Ze Is nog grooter dan de aardbol waarop ze go lit en die haar ondersteunt. Ze reikt tôt de werelden in het heelal ; ze doet meer denken aan dit oneindig eeuwig heelal, dan wel aan de aarde, waar measehen op krui-pen. slaven en vergaan. En des nachts, als ge nog iets anders ont-dekt dan sterren die pinken boven u en aan ime voeten het omiukîelijke, donkere water dat al die gloeiende puatjes weer-echijnt; des nachts, als water en lucht een hemel zijn, éen heelal, dat u omvat, dan hoort men de zee die ziagt haar wonder-lied.Het is muziek, dat rollen der golven, dat fluisteren der winden, over de dwalende vlakte ; het is de muziek der poëzie, het is de zang van het leven in het groote heelal. Het is die innige muziek, die het water leven doet; het is de ziel der zee, geboren uit de oneindigheid. Vraagt aan een visscher of hij zijn zee lief heeft. Hij zal u aanzien met een glimlach Dp zijn wijze lippen en hij zal zeggen : «Gij, menschen, weet niet wat de zee is. Maar gij ook 7ijt toch een mensch ! ? Ja, maar ziet ge, toch een ander mensch dan gij. Want wij, visschers, leven op zee, tusschen lucht en water, ver vaa land....» Legt dat nu uit op een dichterlijke manier en dan zult gij zien dat dit is zoo waar. Want tusschen zee ea lucht, daar waar slechts water is en hemel, vergeet men eerst dat men mensch is. Onbewust wordt men bezield met de poëzie van het heelal. Een ruw ea onbesehaafd, niet gevoelend mensch zal het zija, juist lijk een dichter-hart.Wat waren de gezellen vaa Homeros'-Odusseus niets anders dan dichters ? Homo-ros was toch eerst en vooral een mensch «de mensch, maar t ch dierlijk in net dieo-en streven, maar toch dierlijk in het diep-ste van zijn wezen. En de kpijgers van Xenophoon? Toen ze stonden aan zee, daarna zwalpten op de golven, die mysterie-volle golven, hoe galmden ze het niet uit: Thalattal Thalatta! (1). Heine, die ook de zee lief had, heeft het uitgejuicht lijk de grieksche helden het heb-ben gedaan: «O wijde zee, ge zijt mijn wereld, mijn vrije, groote woonst!» (Spreker lesst het gedicht: «Zee-groet» Vaa H. Heine voor.) Is het te verwoaderea dat Grieken, de fijae ziele-men&chen eerst en vooral, dat edel volk, van de zee hua vaderland heb-bca gemaakt ! Niet aan wal, maar op zee, verre van land. dààr waren ze te huis, dààr leefden i-e eerst. Is het geen natuurlijk verschijnsel, dat de menschen, die door hun measch-zija zelf, gebogen staan in al hunne zwakheid, v6ôr de groote aatuur, v66r het maoL-ige Heelal, met een bewondering naar do zee zien? Eerst met bewondering, want ze is ia-drukwekkead, dan met een diejp ge\«oel van een poëtisch mysterie, want ze is zoo wonderbaar. Als iemand voor de ewste inaal aan zee komt, reeds van op den boord, van Hit de duinen, gaat er zoo iets door hem dat vree-zen doet. Het is hem, alsof die rollende baren, waarvan hij de kracht niet en kent, die door eene onzichtbaar energie bewogen worden, tôt hem zullen komen, om hem dan meide te sleurea, waarheen en weet (1) Thalatta «a? '* Da hij niet ; hij is benauwd, maar toch kijkt hij. Hij kijkt gretig naar hetgeen hij meent dat hem vattea zal, om hem te slepen in een kolk, diea hij heel diep denkt. Maar dat gevoel verdwijat langzamer-hand.De mensch die dacht, dat de zes hem zou nemen, krijgt vertrouwen in dat voort-golvende water. Hij begint het zelfs lief te hebben... en kan er niet meer van weg. Dàn gevoelt hij hoe groot en schoon de zee is, en denkt niet meer aan zich-zelf. En van oudsher, heeft de mensch dit ge-voeld.Homerus, de zanger der menschheid, de mensch-dichter, heeft de zee vereeuwiglijkt. Zijne helden zijn gewone lieden, ea aile hebben de zee lief-geh&d. Waarom? Och ja, waarom? Wel, omdat ze groot was en krachiig; omdat ze strekte heel ver, tôt in droom-landen, waar de aarde en water nevelen worden. En na Homeros aile dichters, die de zee hadden gezien, hebben ze bezongen. Het waren reisverhalen in lyrischen traat, het waren kruistochten-romans der mianezangers, het waren ontdekkings-ge-schiedenissen, het was een Robinson Crusoë die verschean ,het zijn vis&cherssprookjes en vertelseltjes, het zijn zee-gedichtea, — met helden, die de kinderen waren der zee. Lang heeft men het rijk der wateren aan-schouwd als eea vijand ; er zat eea booze geest oader dat pereleade vocht, die sche-pen wegslingerde en verbrijzelde, een slechte god, die met de hulp der hemelen het menschdom verdelgen wou. Dat was slechts een onbevruste voorstel-ling van de kracht der reeën. Iedereen zwichtte voor het water. Maar toch voelden zich de menschen aan-getrokken door het mystere-volle water. Ze gingen zolfs uit op ontdekking; en van dàû af was aile vrees voor goed verdweaen, veranderd in eea verlangea. En dan zijn er musici verschenea, die hunne kuast gezocht hebben in het zangge-luid der baren. dat geluid dat opsteeg als een wierookwolk ia het heelal. Ze hebben gezoagea gelijk de zee. Juist lijk men op zee zichzelf vergeet, alleen bij het luisteren naar het golveagesuis, zoo ook vergaat de geest bij den tonenzang der muziek. De muziek is toch de schoonste, de vol-maaktste aller kunsten» ; ze geeft toch het best de poëzie weer, die is de ziel van het heelal. Ea waar is het heelal het grootscht? Aan zee, altijd de zee, ea vooral de zee met hare muziek. Maar de schilders, die, om te gevoelea, aiet alleea luisteren ,maar kijkea, hebben ook hunne stof gevonden in het groote water. Hunne voorstelliag der zee is de laat-ste.la de Venetiaansche school worden wel kunstenaars aangetroffen die «water» voor-gesteid hebben. Het was echter niet het groote water, het was niet de «Zee». Hunne onderwerpen waren geput in de lagunea, de kaaalen van Venetië, het was te veel land, waar woonsten staaa, die denken do en aan menschelijke zwakte. Om te toonen wat de zee was, moest er een volk ontstaan, als geboren uit den oceaan zelf, dat het water son kennea, lijs de oudea het gekend hebben. Het moest eea volk zijn, dat in nadere kenais komen kon met de zee, door ge-dwongen te zijn t©t vechten, indien het hield aan zija bestaaa. Het moest een volk zija met eea melaa-kolisch bezield s en fiere, ongelukkige en volhardende, eenzame Ruysdael. Ja, het Hollandsche volk heeft voor hei eerst de zee «gezien». Daar zija ia Jlollaad vele zeeschilders geweest, die echter de zee aiet opgevat heb-bea als groot, oneiadig schooa. Yroom vond heel wat eigenaardigheid in de zeeschepen, die hij daa met veel zorg ©a een vergezochte aauwkeurigheid op doet bracht, juist lijk portretschUders van dien tijd hun model «kopieerden. D« schitterende Vande Velde, vond be-hagea in de nevelachtige morgenstonden over de havens. Ruysdael de eerste, en hield meestal niet van al datgene dat te veel deaken deed aan de menschen. Wel is waar zijn de Ruys-daelsche doeken, voorstelliagea van eea zee in al hare sombere boosaardigheid. Het was ook de invloed van den tijd. Hetgeen waar de Hollanders het meest moestea te-genkampen was juist die boosaardigheid; ze moestea zoo geweldig strijden tegen de stormen, dat ze het mooi weder niet en za-gen als het na een tempeest, lachend en stralend opkwam. Maar toch hebben de zeeën van Ruysdael het grootsche in. Want een zee in kwaden storm is toch ook mooil Terwijl in Hollaad de « Zeekuast » uit den strîjd tègen het elemeat vaa 't water ont-8toad, worden in Engeland met Turaer, de *mêsxw*m De stedelingea, vernioeid van het lastig levea in de vuil-duistere industrie-cen-trums, van de zwaarwégende bezighedea in den handel, zochten dis zee, waar de zon-neschija verkloekt, de; wind verfrischt, het golvende water verblijdt. Turner's werk is één zonneschija; daar waar zelfs nevelen hnngen, komt nog het licht door van een zon, die er achter prijkt. Met Turner is de marine-kunst in Eage-land voor goed gevestigd. Bij Ruysdael ea Turaer ea bij allemaal de zeeschilders, kwam toch altijd iets door dat denken doet aan de « menschen ». Een schip, een dijk, eene haven ; wat is dat in vergeiijking met de Oceaan, waar niets anders te ziea is daa water ea lucht ! Bij Harrisson is het dat wîj Ae aee vinden in hare majesteit, hare oneindigheid; en bij Winslon Homer, die de zee schiîdert voor de zee, de zee alleen ; en bij Alquisfc, die de onmefcelijke uitgestroktheid der wateren neemt als motief tôt de voorstelling van heo vYijdo heelal, met al zijne poéeie en zijne werkalykheid. Courbet schildert de golven, alleen de golven ; hij bestudeert hunne vormen, die duizende vormen van krullingen; hij vergeet echter niet de uitgestrekte zee; hij geeft de golven weer, omdat hij daar de muziek in vindt, die hij wil voorstellen ia kleur ea lijn op het doek. En wat is de moderne kunst toch rijk aaa zeeschilders ! Op onze kust leeft menig artist, die van de zee zijn geiiefdkoosd onderwerp maakt. Vele onder die kunstenaars zijn onbe-kead. Maar ze hebben toch aile hunne ver-diensten : allea schideren, voortgestuwd door de idee van het geweldige, groote en schoone, dat maakt van de watervlakte, het eeuwige poëtische. Het zija gelijk die gewone menschen, die stil in hunne eenzaaniheid denken ; de an-dere weten het niet ; maar die nederige denkers zijn toch en voelen zich gelukkig in hunne eenzaamheid en verlatenheid. Van tijd tôt tijd gaat er iets de wereld in, van wat die onbekende menschjes gedacht hebben. Wie kent geene mooie geschiedenis of wonderverhaaltje van langs de zee 2 Al die vertelseltjes zijn ontsproten uit het volk. En dàt is wel het bewiis, dat niet alleen dichters, musici en schilders de zee begre-pea hebbea, maar dat ook de eeavoudige duistere measchjes getroîfen werdea door hare schoonheid. Die schooaheid is voor de measchea vol mysterie. En wat heeft ons volk meer lief daa wat mysterie is, aevelachtig? Die vertellingskeas uit het volk zijn de dichtkunst, de muziek, de kleur van het gansche menschdom. Het volk wordt daar-ia kuastenaar. Want is voor ons, Noorder-lingen, een zeeverhaal niet even zoo mooi als eea marineschilderij 1 Iedereen begrijpt geen kunstwerk, maar aile lieden genieten van de eenvoudige schoonheid van een wondervertelling die toch, alhoewel sprookje, waarheid is. En een vertelling is voor het volk, voor de geheele menschenmassa, poëzie, eea wondersprookje is vol werkelijke feiten, die in het leven aile dagen voorkomen ; mea heeft ze slechts te kunnen ontdekken. Ze besfaan er. En zoo genieten, door een ver-haal of een sprookje, aile menschen van de schoonheid der zee, die ze van hun leven nooit gezien hebben. Eersf leeren zij haar kennen door het sprookje. Wat moet de zee schoon zijn ! En hoe goed moet het zijn daar te staan voor het mysterie-voile water? Dan verlangen zij naar de vrije watervlakte. Ze komen ervoor, bewonderen ver-legea en eindelijk, ze gevoelen ! — Alvsrens te eindigen draagt de heer de Vos een fragment voor: «De «iee» an Eug. Van Oye, een sonnet «De Zee» vaa Willem Kleos en een mooi gedicht: stukj van hem zelf geschreven. (De redenaar wordt dpor het talrijk publiek, warm toe-gejuichfcj » ]$c J$c $ Zooals de voorzitter het bij de opening zegde, heeft de voordrachtgever ons bewe-zen niet alleen een wetenschappelijk, maar tevens een poëtisch man te zijn. De heer de Vos is nog zeer jong — pas 20 jaar. Hij gevoelt zeer fijn, 'chrijft en spreekt met heel veel gemak. Met hem zouden we graag een studie willen maken in het werkelijk leven der werkers. Ea ziehier waarom. Alhoewel eea burgerkiad, meer zelf, een edelmaa, is de heer de Vos uit eigea bewe-ging tôt ors gekomen, om, naar zijn eigea verklariag, « de arbciders die toch zija broeders zijn, te leeren, opdat zij zoovcel, ja meer weten zouden dan hij zelf. » De heer de Vos wil de prolet&riërs op geestelijk gebied verheffea. Met zija fija gevoel, zija diepe geest zou hij niet onversohillig kunnen blijven aan huaaea verlossiagskamp, waaaeer hij de werkelijkheid, de ellendige toestandea vaa oas volk zou keaaea ; daar zija we vast vaa overtuigd. Zija keanissea, zijn sprekers- en schrij-verstaleat zoudea dra deaea om het in zijn economischen ea politiekea strijd te steuaen, het te verdedigen, het uit zijn el-lende te helpea verlossea. Wij laten de keus aan den Heer de Vos mi staan steeds lier zijner beschikking. Dv _ Eene Isugenachtige Kwezel Een kwaadaardige kwezel stort hare gai uit in Het Volk, bij wie die soort altijd wel-kom is. Die mamzel heeft het over de kleeding der vrouwen. Ziehier wat dit serpent zich veroorlooft, tegenover onze gentsche dochters, moeders en echtgenootea : Dat eeaieder zich zelve oaderzoeke ea zonder uitstel verbetere hetgeen ia zijne kleeding wat al te veel gewaagd moge voorkomen. — Geene kleeding-stukken meer die onder oogpunt vaa deftigheid te weaschea latea, — met al te zeer doorschijaeade stoffen vervaar-digd, of te veel uitgesneden en mou- wen die maar passen voor wasch- vrouwen aan hunne waschkuip! — Zulk-danige tentoonstellingea vaa vleesch in de straten, ja zelfs in het Huis van God, zijn oprecht walgelijk. De wia-kels der vleeschhouwers en varkens-slachters alléén zijn geschikte plaat-sen voor uitstallingen vaa deze soort. Dus volgens die hertevreetster mag men maar zijne bloote armea toonea als men aan de waschkuip staat. Waarom daar ia cité s ^ waar iedereen op straat wascht ea elders niet? De rijke dames wasschen zelven niet, dus moetea huane armea eea sekreet blij-vea.Die oude kwezel kaa dus geea blooten arm zien, zonder kwade gedachten te krij-gen, dat heeft voor oorzaak dat ze nooit aan een man is kunnea gerakea. Daarom mag er aiemaad zijaea arm latea ziea ! Wat kleingeestige en zelfs vuile kwezelsopvatting ! Ea à propos van doorschijaende kleede-rea, waar heeft die heks dat geziea? Wij verklarea eerlijk aog aooit een vrouw geziea te hebben, dwars door hare kleede-rea. Heeft dat haantje pik misschiea ka-tersoogen 1 Op het gebied der zedèlîjkheid heeft de werkende klasse van Gent zich aiets te ver-wijtea.Hare kleediag is arm, maar deftig. Daarvaa zija wij getuigen als wij weke- lijks zeer veel vrouwea aaar de .Botermarkt zien gaan, of als wij het intreden en het uit-treden zagen van duizenden vrouwen uit La Lys, La Gantoise en uit talrijke anders fabriekeu. En wij protesteeren tegen dat smerig ar-tikel dat ook tegen onze vrouwen gericht is. Bedoelt zij de kapitalistische juffera en eenige lichte barjuffers, die soms over de stratea gaaa ia eeae kleeding die al te veel ia 't oog spriagt? Daa zijn hare pogingen autteloos. Bedoelt zij de kapitalistische juffers en dames, die op soirées ea bals, wezenlijk te ver durven gaaa ia haren opschik? Dan moest zij zich tôt Le Bien Public weadea ea niet tôt Het Volk, dat zeker niet gelezen wordt in aristocratische krin- g«n- . , , En het is meer dan waarschijnlijk dat die duivelin in het groot kl&rikaal orgaan het gat van den timmerman zou getoond zijn geworden, met het antwoord : «Dat trek-ken wij ons niet aaa.» Zoo eea blad was aochtans bij machte om aan te toonen, hoe de al te groote luxe in het naakte langzaam maar zeker naar den val eeaer klasse voert. Hij zou dit gestaafd hebben door de hoe-rerij van dea adeldom aaa de katholieke hovea van Louis XIV, Louis XV en Louis XVI, die de gebrokea potten heeft betaald, met zijn hoofd es* dat zijner vrouw Maria-Antoinette.Die kwezel heeft dat ailes niet gedaan ea liever onze vrouwea in massa aaageklaagd. 't Is een plate gemesene daad. * * * Het Volk antwoordt en die heeft het beter gevonden. De zeer oatwikkelde redakteur zegt over de door zijae briefschrijfster bedoelde vrouwea : Ze zija werkelijk eerbaarder inge-kleed waaaeer ze aiet, dan waaneer ze wel aangekleed zija. Dus de vrouwen zijn beter ingekleed als zij geheel naakt zijn, daa wanaeer zij aan-gekleed zijn. Vivat Eva dus ia 't aardsch paradijef Maar opgepast voor een nieuwe erfzoniie in dat geval ; want er zijn nog veel Adams, die zich aan dio naaktheid zouden durven misgrijpen. F. H. Europeesche Oorlog In Wn!-ïlisnlir8ii ©sa Sis 'S Msn in FraârSjl GffKîsels telegramman : USi Hasïfsch© Iî^ois Duitsehe auibtelijfee mcïdîngen. — Groot HooMkwartier 5 S uni 1915. Westelijk oorlogsterrcïn. Om de rest der suikerfabriek bij Souchez wordt verder gestreden, Terfcijd is ze weer in 't bezit der Franschen. De vijandelijke aanvallen bij Neuville werden afge wezen. Op de vlieghaven Donmartemont bij Nancy werd met bommen geworpen. Oostolijk oorlogstooneeS. In aausiuiting aan de gisterenbij Rawdsjany en Sawdyniki afgeslagene Russische aanvallen gingen onze troeuen vooruit, wierpen den vijand die het bruggenhoofd Sawdyniki ruimde, en maakten 1970 gevangecea. Verder noordelijk hadden In de streek Popel-jany voor ons gevolgrijke kavaileriegevechten plaat# Zuidoostelljk oorîogstooneel, Oostelijk van Jaroslau is de toestand onver-anderd.Oostelijk van Przemysl bevinden slch de troepen van generaal von der Maiwitz in ver-eêniging met de Oostenrijksch-Hongaarsche troepen in vooruitmarsch in de richting van Mosziska. Het leger van generaal von Llnsingen heeft den vijand op Kalusz en Zurawno (aan den Dniester) teruggeworpen. Opperste Logerbestuur. Uit Fpa^sciï© isr©» PARIJS, 4 Juai. (H a va*.) Officieele me-dedeeliag vaa hedenmiddag 3 uur : In de streek tea N. van Atrecht duurt het artillerie-gevecht dag en nacht voort. Eenige zeer hevige iafaat&rie-gevechten oatwikkelen zich tea O. vaa Notre Dame de Lorette, waar de sfcelliagen over en weer .flktgewjjzigd zjjg,,. Ten Z. O. van Neuville-St.-Vaast hebben de Duitschers een tegenaanval gedaan in( het Doolhof. De Franschen wierpen hen terug Het is van belang op te merken, dut tusschen 9 Mei en 1 Juai de Franache divisie, de Carency, Ablain-St-Nazaire, le Moulin Maloa ea de suikerfabriek van Souche» ge-aomea heeft. la Champagne hebben de IXiitecliers be-proefd een nachte'lijke aaaval te doen in dei buurt vaa Beauséjour. Aaa dea zoom vaa het Bois le Pre&ra hebben de Franschea twee hevige aanvallen afgeslagen. Uit Hollandsohe fepon OOSTBURG, 4 Juni. Gister hoorde men boven ailes uit kanoagedonder. Ailes scheen er op te duidea dat de actie aaa het front ia richting Bixschoote ea omstreken weder ia vollea gaag was. * * * km de Hussiscti-Poolsche-Galiciscbe grsns U it H$Bss!§®iî© liron PETROGRADE, 3 Juai. (Pet. Tel. Ag.) Mededeeling van dea grooten gea^ralen staf : la de streek vaa Szawle hebbea wij met suoces verscheidene aanvallea ^ aa dsa vijand afgeslagen. Aan de Narew en op dea linkeroever vaa den Weichsel heeft de vijand met ~einig be-laagrijke afdeelingen verscheidene .anval-len ondernomen, welke wij hebbea afgeslagen.la Galicië is vaa Maaadag af &tta het front tusschen dea Weichsel en Przemysl da zeer hardnekkige strijd opnieuw tôt oatwik-keliag gekomem. Prz'emysl werd met zware kanonnen, w. o. vaa 16 duim, beschoten en de vijand richtte zija vooraaamstea aanval tegen het noordfront in de streek van de forten 10 en 11, welke de Oostenrijkers,voordat zij de vesting iadertijd overgaven, bijna geheel hadden veraield. Tusschen Przemysl en de groote mûfiraa- taar — M. 1 $1 Prijs per npmmer ; voor Betgie 3ioentiemen, voor den reeiade S ceutiomen TetefoOn s 24Î - Ad?siifilsifrafi9 2845 ^aatudati 7 iri î i i itS

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Toevoegen aan collectie

Periodes